ECLI:NL:RBDHA:2025:24854

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 december 2025
Publicatiedatum
22 december 2025
Zaaknummer
NL25.62602
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 VwArt. 94 VwArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen maatregel van bewaring kennelijk niet-ontvankelijk verklaard

De minister van Asiel en Migratie heeft op 19 november 2025 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser, die van Nigeriaanse nationaliteit is. De minister heeft de rechtbank op 17 december 2025 van deze bewaring in kennis gesteld, waarbij deze kennisgeving gelijkgesteld werd met een door eiser ingesteld beroep en tevens een verzoek om schadevergoeding.

Eiser had echter al op 3 december 2025 een beroep ingesteld tegen dezelfde maatregel, geregistreerd onder zaaknummer NL25.59244, dat door de rechtbank inhoudelijk was beoordeeld. Hierdoor heeft eiser geen procesbelang meer bij de beoordeling van het beroep dat voortvloeit uit de kennisgeving van de minister.

De rechtbank heeft daarom het beroep dat uit de kennisgeving voortvloeit kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Partijen kunnen binnen zes weken verzet instellen tegen deze beslissing.

Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt kennelijk niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.62602

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser,

geboren op [geboortedatum],
van Nigeriaanse nationaliteit,
V-nummer: [V-nummer],
(gemachtigde: mr. T. Bruinsma),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. De minister heeft op 19 november 2025 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw [1] opgelegd.
1.1.
De minister heeft de rechtbank op grond van artikel 94, eerste lid, van de Vw van de bewaring in kennis gesteld op 17 december 2025. Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep. Dit beroep moet ook worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.
1.2.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Awb [2] maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank is van oordeel dat de minister de kennisgeving onnodig heeft gedaan, omdat eiser zelf al op 3 december 2025 beroep tegen de maatregel van bewaring heeft ingesteld. De rechtbank heeft het beroep van eiser dat is geregistreerd onder zaaknummer NL25.59244 bovendien inhoudelijk beoordeeld [3] . Deze omstandigheden maken dat eiser geen procesbelang heeft bij een beoordeling van het onderhavige beroep dat door de kennisgeving als zodanig namens eiser is ingediend.
3. De rechtbank zal daarom dit beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaren.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Munsterman, rechter, in aanwezigheid van mr. H.A. van der Wal, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000.
2.Algemene wet bestuursrecht.
3.Zie de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 18 december 2025 (ECLI:NL:RBDHA:2025:24411).