ECLI:NL:RBDHA:2025:24859
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf wegens ontbreken bijkomende afhankelijkheid
Eiseres, een Syrische vrouw geboren in 1958, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om bij haar dochter, geboren in 1987, te kunnen verblijven in Nederland. De dochter heeft medische problemen door een gasaanval in Syrië en wenst dat haar moeder haar komt bijstaan.
De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af omdat niet is aangetoond dat er sprake is van familie- of gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro, met name vanwege het ontbreken van bijkomende elementen van afhankelijkheid. Eiseres voerde aan dat haar dochter 24-uurszorg nodig heeft en dat zij die zorg kan bieden, terwijl de dochter geen mantelzorgers heeft. Ook stelde eiseres dat de minister onvoldoende rekening hield met de situatie van oorlog in Syrië.
De rechtbank oordeelde dat emotionele banden onvoldoende zijn en dat de dochter al sinds 2019 zonder moeder in het buitenland verbleef, dat zij in Nederland medische hulp ontvangt, en dat niet is gebleken dat zij 24-uurszorg nodig heeft. Ook is er geen financiële afhankelijkheid en zijn de banden van eiseres met Syrië sterker dan met Nederland. De verwijzing naar de situatie van burgeroorlog leidt niet tot een andere belangenafweging omdat er geen familieleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro is.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond, handhaafde het bestreden besluit en wees het verzoek om vergoeding van griffierecht en proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf blijft in stand.