ECLI:NL:RBDHA:2025:24881
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- N. Meesters – van Luijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf wegens ontbreken gezinsleven volgens jongvolwassenenbeleid
Eisers, een 26-jarige dochter en een 24-jarige zoon, verzoeken om een machtiging tot voorlopig verblijf in Nederland voor gezinshereniging met hun moeder, die sinds 2019 in Nederland verblijft. De minister heeft de aanvraag afgewezen omdat niet wordt voldaan aan het jongvolwassenenbeleid en er geen sprake is van familie- en gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank toetst het beroep tegen deze afwijzing. De minister heeft gemotiveerd dat eisers niet in gezinsverband samenwonen met hun moeder en dat het vertrek van de moeder naar Nederland vrijwillig was. Ook is niet gebleken dat er sprake is van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheid tussen moeder en kinderen. Eisers hebben geen feiten aangevoerd die deze motivering ondermijnen.
De rechtbank oordeelt dat de minister de beoordeling zorgvuldig heeft gemotiveerd en dat de uitkomst van de beoordeling met enige terughoudendheid moet worden getoetst. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en laat het besluit tot afwijzing van de aanvraag in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de aanvraag tot machtiging tot voorlopig verblijf blijft in stand.