ECLI:NL:RBDHA:2025:24912
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Vervangende toestemming vakantie en nakoming voorlopige zorgregeling met dwangsom
De vrouw vorderde vervangende toestemming om met haar minderjarige kind naar Marokko te reizen in de periode van 29 december 2025 tot en met 10 januari 2026. De man verleende alsnog toestemming en verstrekte een kopie van zijn paspoort, waardoor de vordering van de vrouw kwam te vervallen.
De man vorderde in reconventie een dwangsom wegens niet-nakoming van de voorlopige zorgregeling van 14 oktober 2025. De vrouw had sinds 12 december 2025 het kind niet meer aan de man meegegeven, uit zorgen over de voeding die de man zou geven. De voorzieningenrechter constateerde dat de vrouw zonder acute noodzaak de zorgregeling stopzette en een vakantie boekte in een periode waarin overnachtingen zouden starten.
Partijen bereikten een vergelijk over het hervatten van de zorgregeling, waarbij de overnachtingen pas starten na terugkeer van de man van vakantie. De voorlopige zorgregeling werd aangepast met ingang van 14 januari 2026. De voorzieningenrechter legde een dwangsom op van €50 per dag met een maximum van €2.500 om herhaling te voorkomen. Proceskosten werden gecompenseerd, ieder draagt eigen kosten.
Uitkomst: Vervangende toestemming verleend, zorgregeling aangepast met dwangsom bij niet-nakoming.