ECLI:NL:RBDHA:2025:25039

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
31 oktober 2025
Publicatiedatum
23 december 2025
Zaaknummer
C/09/692192 / FA RK 25-7289
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot eenhoofdig gezag over het oudste kind en afwijzing verzoeken vervangende toestemming

In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 31 oktober 2025 uitspraak gedaan in een geschil tussen de ouders van twee minderjarige kinderen, [minderjarige 1] en [minderjarige 2]. De vader heeft verzocht om vervangende toestemming om met [minderjarige 1] naar Madrid te reizen, terwijl de moeder haar toestemming weigert. De rechtbank heeft vastgesteld dat [minderjarige 1] herhaaldelijk heeft aangegeven niet met de vader op vakantie te willen gaan, wat de rechtbank als een belangrijk signaal beschouwt. De rechtbank wijst het verzoek van de vader af, omdat niet is gebleken dat de moeder haar toestemming zonder gerechtvaardigde reden weigert. De rechtbank benadrukt dat het in het belang van [minderjarige 1] is om haar gevoelens serieus te nemen en niet onder druk te zetten om met de vader op vakantie te gaan.

Daarnaast heeft de moeder verzocht om het eenhoofdig gezag over [minderjarige 1] te verkrijgen, omdat de communicatie tussen de ouders problematisch is en er een risico bestaat dat [minderjarige 1] klem of verloren raakt tussen de ouders. De rechtbank oordeelt dat de huidige situatie niet in het belang van [minderjarige 1] is en kent het eenhoofdig gezag toe aan de moeder. De rechtbank wijst ook de verzoeken van de vader voor een omgangsregeling en vervangende toestemming af, en houdt de beslissing over de verzoeken ten aanzien van [minderjarige 2] aan voor een latere zitting.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 25-7289
Zaaknummer: C/09/692192
Datum beschikking: 31 oktober 2025

Gezagsuitoefening

Beschikking op het op 25 september 2025 ingekomen verzoek van:

[de vader],

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M. Erkens in ’s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder],

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. A.H. van Haga in ’s-Gravenhage.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het gewijzigde verzoekschrift, binnengekomen op 9 oktober 2025;
  • het bericht met bijlage van 10 oktober 2025 van de moeder;
  • het verweerschrift tevens zelfstandige verzoeken van de moeder;
  • het bericht met bijlage van 14 oktober 2025 van de vader.
De minderjarige [minderjarige 1] heeft zich in een gesprek met de kinderrechter uitgelaten over het verzoek.
Op 16 oktober 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader bijgestaan door zijn advocaat, de moeder bijgestaan door haar advocaat en [naam 1] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).

Feiten

  • Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
  • Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
  • [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2012 in [geboorteplaats],
  • [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2018 in [geboorteplaats].
  • De vader heeft de kinderen erkend.
  • Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.
  • Bij beschikking van 30 januari 2025 en herstelbeschikkingen van 18 april 2025 en 12 augustus 2025 van deze rechtbank is – zover van belang – bepaald dat:
  • de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1] bij de moeder is en de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 2] bij de vader;
  • ten aanzien van [minderjarige 1] geen zorgregeling zal gelden;
  • [minderjarige 2] bij de vader zal zijn:
  • in de oneven weken van maandagmiddag uit school om 14.00 uur tot woensdagmiddag 14.00 uur;
  • in de oneven weken van vrijdagmiddag uit school om 14.00 uur tot woensdagmiddag 14.00 uur in de week erna;
  • alsmede een verdeling van de vakanties en feestdagen;
  • de moeder de paspoorten van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] beheert en de vader het identiteitsbewijs van [minderjarige 2];
  • de Raad voor de Kinderbescherming verzocht onderzoek te verrichten in de vorm van een netwerkberraad.

Verzoek en verweer

De vader heeft – na wijziging – in het kader van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW) verzocht:
  • om vervangende toestemming te verlenen, die de toestemming van de moeder vervangt, om met [minderjarige 1] te reizen naar Madrid, daar te verblijven en terug te reizen in de periode vanaf 22 oktober 2025 tot en met 26 oktober 2025;
  • te bepalen dat [minderjarige 1] bij de vader is in de periode vanaf 22 oktober tot en met 26 oktober 2025 zonder oplegging van een dwangsom;
  • een zorgregeling vast te stellen (via een opbouw) waarbij [minderjarige 1] in de oneven weken vanaf vrijdag 14:00 uur tot en met woensdag 14:00 uur, alsmede gedurende de helft van de vakanties bij de vader is. De verdeling is gelijk aan de vakantieregeling zoals vastgesteld voor [minderjarige 2] in de beschikking van 30 januari 2025 zoals verbeterd in de beschikkingen van 18 april 2025 en 12 augustus 2025;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De moeder heeft verweer gevoerd, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Daarnaast heeft zij zelfstandig verzocht:
  • te bepalen dat de moeder voortaan het eenhoofdig gezag over [minderjarige 1] zal uitoefenen;
  • de vader het recht op contact met [minderjarige 1] te ontzeggen;
  • te bepalen dat de vader en de moeder enkel en uitsluitend via hun vertrouwenspersonen communiceren (alleen over zaken over de kinderen) en voor de onderlinge communicatie die direct verband houdt met de overdracht van [minderjarige 2] gebruik te maken van de app 2Houses;
  • te bepalen dat de vader een dwangsom verschuldigd is van € 1.000,- voor iedere keer dat de vader [minderjarige 2] niet conform de door de rechtbank op 30 januari 2025 uitgesproken zorgregeling ophaalt danwel terugbrengt, daar onder begrepen niet alleen het juiste tijdstip maar eveneens de juiste locatie, waarbij geldt dat indien de moeder [minderjarige 2] ofwel langer bij zich dient te houden ofwel korter bij zich heeft als gevolg van het niet of niet correct nakomen van de zorgregeling een aanvullende dwangsom van € 500,- per (deel van een) dag te rekenen vanaf de dag volgend op de dag waarop de vader in gebreke is gebleven;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.

Beoordeling

Vervangende toestemming reizen en verblijf bij de vader
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253a eerste lid van het BW kunnen op verzoek van de ouder(s) geschillen over de gezamenlijke uitoefening van het gezag aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
Inhoudelijke beoordeling
De vader verzoekt vervangende toestemming om met de kinderen naar Madrid te gaan in de herfstvakantie. Inmiddels heeft de moeder wel de toestemmingsformulieren getekend voor [minderjarige 2] maar ten aanzien van [minderjarige 1] blijft zij haar toestemming weigeren. De vader heeft toegelicht dat hij via Whatsapp aan [minderjarige 1] heeft voorgesteld om naar Madrid te gaan. Zij heeft hierop enthousiast gereageerd met daarbij de opmerking dat ze wel hoopt dat het tegen die tijd beter gaat tussen hen. Op basis van deze reactie heeft de vader de vakantie geboekt. [minderjarige 1] heeft op 5 september 2025 laten weten dat zij het niet fijn vindt om samen met de vader op vakantie te gaan. De vader heeft het vermoeden dat dit vanuit de moeder komt en heeft daarom een verzoek tot vervangende toestemming bij de rechtbank ingediend. Hoewel de vader [minderjarige 1] niet zal dwingen als zij niet wil gaan, is hij van mening dat de moeder – conform de vorige beschikkingen – [minderjarige 1] wel positief moet stimuleren. Als de moeder het toestemmingsformulier had getekend, was dit een signaal geweest richting [minderjarige 1] dat het goed is om samen met de vader en [minderjarige 2] op vakantie te gaan.
De moeder voert verweer. Zij geeft aan dat zij wel haar toestemming wil verlenen maar dat niet aan de orde is omdat [minderjarige 1] niet mee wil. De moeder is bang dat als er wel vervangende toestemming wordt verleend de vader [minderjarige 1] onder druk zal zette om alsnog mee te gaan op vakantie.
De rechtbank zal het verzoek van de vader afwijzen omdat niet is gebleken dat de moeder haar toestemming zonder gerechtvaardigde reden weigert te geven. [minderjarige 1] heeft meermaals aangegeven niet met de vader op vakantie te willen. Zij voelt zich niet fijn bij deze vakantie. Zij vindt dat het contact met haar vader de afgelopen maanden niet veel beter is geworden. Ze vindt het niet fijn dat hij lijkt op te wachten als ze van school naar huis fietst. Zij ervaart enorme druk vanuit de vader door de hoeveelheid berichtjes die ze van hem ontvangt. De rechtbank ziet dit bevestigd in de manier waarop de vader met [minderjarige 1] over deze vakantie via de app communiceert. Op de vraag of [minderjarige 1] mee wil gaan, antwoordt [minderjarige 1] “
Lijkt mij wel leuk hoop wel dat het tegen die tijd beter gaat tussen ons”. Daarna volgen er nog drie berichten van de vader en hij besluit “
als jij de call doet en zegt ik ga mee, dan bestel ik de tickets” en hoewel [minderjarige 1] daarop niet antwoordt, volgt de app van de vader: “I
k heb deze geboekt van 22 t/m 26 oktober voor 3 personen!” Zoals [minderjarige 1] meerdere keren heeft aangegeven, toont de vader hiermee niet naar haar te luisteren en haar niet serieus te nemen.
Ook dit verzoekschrift geeft daar blijk van nu [minderjarige 1] op 5 september zo duidelijk aan de vader heeft aangegeven: “
Papa ik heb er over nagedacht ik vind het toch niet zo fijn om nu al samen op vakantie te gaan. Ik had ook nog geen ja gezegd dus ik ga deze keer niet mee.”
Naar het oordeel van de rechtbank is het een verkeerd signaal om aan [minderjarige 1] te geven dat zij ondanks haar gevoel en bezwaren alsnog op vakantie met de vader moet.
Overhandigen identiteitskaart [minderjarige 1]
Nu de rechtbank het verzoek tot vervangende toestemming afwijst, zal de rechtbank het verzoek tot overhandigen van de identiteitskaart van [minderjarige 1] eveneens afwijzen wegens gebrek aan belang.
Eenhoofdig gezag [minderjarige 1]
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253n eerste lid BW kan de rechtbank op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of een van hen het gezamenlijk gezag, bedoeld in artikel 1:251a eerste lid BW, beëindigen indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd. Op grond van artikel 1:253n tweede lid BW zijn het eerste en derde lid van artikel 1:251a BW van overeenkomstige toepassing. Het gezamenlijk gezag kan worden beëindigd, indien: (a) er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of (b) wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
Inhoudelijke beoordeling
De moeder verzoekt te worden belast met het eenhoofdig gezag over [minderjarige 1] en voert ter onderbouwing van haar verzoek het volgende aan. De communicatie verloopt allesbehalve soepel doordat de vertrouwenspersoon van de vader is gestopt en hij een klacht heeft ingediend tegen de vertrouwenspersoon van de moeder. Het is volgens de moeder belangrijk dat de (communicatie) afspraken uit het netwerkberaad worden hervat, zodat de zorgregeling met [minderjarige 2] ook weer goed gaat lopen. Ten aanzien van [minderjarige 1] bestaat het risico dat zij klem en verloren zal raken als gezamenlijk gezag in stand blijft. De vader bespreekt volwassenenzaken met [minderjarige 1] en blijft haar pushen om contact te hebben. Daarnaast probeert de vader de controle te behouden zonder daarin rekening te houden met [minderjarige 1]. Dit komt bijvoorbeeld naar voren in deze procedure waarbij de vader een verzoek tot vervangende toestemming heeft ingediend terwijl [minderjarige 1] duidelijk aangeeft niet mee te willen op vakantie. De moeder verwacht niet dat op korte termijn hierin verbetering komt, en is dan ook van mening dat het in het belang van [minderjarige 1] is dat zij voortaan alleen met het gezag wordt belast.
De vader voert verweer. Hij stelt dat het uitgangspunt van de wetgever is dat de ouders gezamenlijk het gezag over hun kinderen uitoefenen. In deze situatie is er niet voldaan aan de wettelijke criteria nu er geen risico bestaat dat [minderjarige 1] klem en/of verloren raakt. Hoewel de communicatie nu niet verloopt hebben de ouders wel afspraken gemaakt over de kinderen bij het netwerkberaad. Volgens de vader is het nog mogelijk om de communicatie te verbeteren door het volgen van een traject. Bij toewijzing van het verzoek is de vader bang dat alleen maar dat richting [minderjarige 1] wordt bevestigd dat zij niets te maken hoeft te hebben met de vader.
De rechtbank zal nu nog geen beslissing nemen over de wijziging van het gezag ten aanzien van [minderjarige 1]. Het is duidelijk dat er tussen de ouders geen overleg mogelijk is over gezagsbeslissingen. [minderjarige 1] vertelde dat het nu al de vijfde keer is dat ze voor een gesprek met de kinderrechter is uitgenodigd. Zij vindt dat ze niet gehoord en serieus genomen wordt. De manier waarop de vader nu zijn gezagspositie inzet is niet in het belang van [minderjarige 1]. Hij heeft geen toestemming willen geven voor een vakantie van [minderjarige 1] met haar nichtje en oom naar België deze zomer en heeft deze procedure doorgezet voor een vakantie die [minderjarige 1] helemaal niet wil. Daarnaast verzoekt de vader wederom om vaststelling van een omgangsregeling met [minderjarige 1], terwijl daarover onlangs nog een afspraak is gemaakt [minderjarige 1] niet te zullen dwingen. De vader blijft hiermee druk uitoefenen op [minderjarige 1] in plaats van haar ruimte te geven.
Een voorbeeld hiervan zijn onder meer de dwingende berichtjes na de mededeling van [minderjarige 1] op 5 september dat ze niet mee wilde gaan op vakantie:
19:34: [de vader]: 3000 eur weg
19:37: [de vader]: Ik ervaar het als lastig hoe je doet het onvoorspelbare. Het is wat het is.
19:37: [de vader]: Ik vraag [naam 2].
19:43: [de vader]: Ik zou het niet leuk vinden als je contact met haar opneemt om dit met haar te bespreken
19:43 [de vader]: Gun haar haar eigen keus of ze dit wil. Ze is de zus van mijn zus
19:43 [de vader]: Mijn overleden zus die twee jaar ouder was en belangrijkste persoon in mijn leven was
19:48 [de vader]: Zal je haar niet appen? Dat zou ik niet ok vinden
19:49: [de vader]: want dan is ze loyaal met jou en dan gaat ze niet mee
20:15: [de vader] :Toen je bij [naam 3] stond zag ik haat in je gezicht.
En op 6 september
15:12 [de vader]: Maar ga je definitief niet mee naar Spanje? Alle ‘onenigheid’ is altijd via de app de laatste tijd
20:22 [de vader]: Waarschijnlijk kan ik het niet omboeken naar een ander persoonlijk en ben ik jouw 1500 al kwijt
20:23 [de vader]: Dat moet je wel terugbetalen trouwens
Hoewel het voorstelbaar is dat de vader zich wanhopig voelt, moet het druk zetten op [minderjarige 1] stoppen. De rechtbank acht het van belang dat ten aanzien van beslissingen die [minderjarige 1] aangaan rust, voorspelbaarheid en duidelijkheid komt. De rechtbank vindt het daarom in het belang van [minderjarige 1] dat gezagsbeslissingen ten aanzien van haar alleen door de moeder worden genomen. De rechtbank zal het verzoek van de moeder tot eenhoofdig gezag dan ook toewijzen.
Door deze gezagswijziging zal de rechtbank hierna spreken van een omgangsregeling tussen de vader en [minderjarige 1].
Wijziging van de omgangsregeling / ontzegging omgang
De vader stelt dat er sinds de beschikking van 25 januari 2025 weinig vooruitgang te zien is in de omgang met [minderjarige 1]. Hoewel er meer contact is dan voorheen is dit volgens de vader nog steeds te weinig en te verblijvend. Daarnaast zit [minderjarige 1] nog altijd in een loyaliteitsconflict doordat de moeder afwijzend is over de vader. Zo heeft de vader verschillende pogingen gedaan om leuke dingen met [minderjarige 1] te ondernemen maar komt dit vaak niet van de grond doordat [minderjarige 1] het afwijst of zegt te moeten overleggen met de moeder. De vader vindt het belangrijk dat de ouders samen of de rechter gaat beslissen in plaats van dat de keuze bij [minderjarige 1] wordt gelegd. De vader heeft meermaals de wens uitgesproken om met de moeder een traject te volgen om de onderliggende dynamiek te verbeteren.
De moeder stelt dat de ouders bij het netwerkberaad afspraken hebben gemaakt over de manier van communiceren tussen de ouders en tussen de vader en [minderjarige 1], om zo het vertrouwen bij [minderjarige 1] terug te winnen en het contact te herstellen. Tijdens het kort geding van 7 augustus 2025 zijn deze afspraken opnieuw besproken. Toch blijkt dat deze afspraken niet goed worden nagekomen. De vader blijft [minderjarige 1] dwingen in het contact. De moeder vindt dit niet in het belang van [minderjarige 1]. Zij vindt dat er rust moet komen en dat [minderjarige 1] niet verder belast moet worden. Dit is inmiddels de derde procedure die gevoerd wordt dit jaar. De moeder wil niet dat de vader over een paar maanden weer een procedure kan starten, en verzoekt daarom de omgang voor een jaar te ontzeggen. Op deze manier kan [minderjarige 1] zelf contact zoeken met de vader als het voor haar goed voelt.
De rechtbank zal het verzoek van de vader tot wijzing van de omgangsregeling en het verzoek van de moeder tot ontzegging van de omgang afwijzen en legt dit uit als volgt.
De ouders hebben in het Netwerkberaad duidelijke afspraken gemaakt over hoe het contact tussen de vader en [minderjarige 1] wordt vormgegeven. De afspraken zijn – verkort weergegeven – :
[minderjarige 1] ontvangt wekelijks van vader een uitnodiging per whatsapp om haar te vragen samen te eten of te korfballen of iets anders te doen. (..)
Vader stuurt maandag om de week een whatsappbericht aan [minderjarige 1] om samen te eten en op zondag om de week (wanneer [minderjarige 2] niet bij vader is) om samen te korfballen. (..) [minderjarige 1] mag nee zeggen, dit wordt door vader ‘zonder meer’ geaccepteerd.
Week 1 zondag
Week 2 maandag
Week 3 zondag
Week 4 maandag
(..) Afhankelijk van de ontwikkelingen hierin wordt er uitgebreid naar meer regelmaat en structuur in deze afspraken.
De rechtbank heeft gezien dat de gemaakte afspraken na 2 keer niet verder zijn nagekomen en dat de vader [minderjarige 1] steeds op andere momenten benadert over contact. Dit leidt tot onrust en druk bij [minderjarige 1]. Dit helpt niet bij het herstellen van haar band met haar vader. De rechtbank vindt dat de vader de afspraken uit het Netwerkberaad een kans moet geven en die afspraken voor langere tijd moet naleven. Ook al wordt dit door de vader als onvoldoende voortvarend en te vrijblijvend ervaren, het alternatief waar hij voor kiest leidt tot helemaal geen contact.
Omdat het plan voor contactherstel zoals door de ouders is afgesproken nauwelijks uitvoering is gegeven, is ook onduidelijk of dit niet toch tot herstel kan leiden. Daarom vindt de rechtbank het niet in het belang van [minderjarige 1] nu tot ontzegging van de omgang om te gaan. Tegelijkertijd geeft het ontbreken van een door de rechtbank opgelegde regeling voor [minderjarige 1] vrijheid om op een uitnodiging op de zondag (de ene week) of maandag (andere week) van de vader al dan niet in te gaan.
De rechtbank geeft de ouders in overweging om deze afspraken weer te hervatten een week na de datum van deze beslissing.
Nakoming zorgregeling [minderjarige 2]
Zoals op de zitting is besproken worden de verzoeken ten aanzien van [minderjarige 2] van de onderhavige procedure afgesplitst omdat die zo kort voor de zitting zijn ingediend. Deze verzoeken zijn aangehouden tot een nader te plannen mondelinge behandeling.

Beslissing

De rechtbank–:
*
belast de moeder, [de moeder] geboren op [geboortedatum 3] 1978 in, voortaan met het eenhoofdig gezag over [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2012 in [geboorteplaats];
*
wijst af de verzoeken van de vader voor vervangende toestemming reizen en verblijf en vaststelling van een omgangsregeling (met opbouw) ten aanzien van [minderjarige 1];
*
houdt aan de beslissing op de verzoeken ten aanzien van de minderjarige [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2018 in [geboorteplaats];
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. Boone, (kinder)rechter, bijgestaan door mr. A.I. Knops als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 31 oktober 2025.