ECLI:NL:RBDHA:2025:25104
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
De rechtbank Den Haag heeft op 23 december 2025 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser beroep instelde tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit besluit op de Dublinverordening, omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
Eiser voerde aan dat hij bij terugkeer naar Spanje een reëel risico loopt op indirect refoulement, omdat hij daar geen kans kreeg om asiel aan te vragen en geen rechtmatig verblijf had. Daarnaast stelde hij dat de minister vanwege zijn bijzondere omstandigheden, waaronder de steun van de Kachin-gemeenschap in Nederland, zijn aanvraag toch in behandeling moest nemen.
De rechtbank oordeelde dat binnen de Dublinprocedure geen beoordeling kan plaatsvinden over het risico op indirect refoulement bij overdracht aan de verantwoordelijke lidstaat. Het fictieve claimakkoord met Spanje, dat ontstaat doordat Spanje niet tijdig reageerde, geldt als een rechtsgeldig akkoord. Ook de aanwezigheid van de Kachin-gemeenschap in Nederland vormt geen bijzondere individuele omstandigheid die een uitzondering rechtvaardigt.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en handhaafde het besluit van de minister. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is openbaar en partijen kunnen binnen een week hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.