ECLI:NL:RBDHA:2025:2522
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugkeerbesluit en inreisverbod wegens onjuiste toepassing tijdelijke bescherming asiel
Eiseres, een Filipijnse asielzoekster, diende op 22 april 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie wees deze aanvraag op 17 december 2024 af als kennelijk ongegrond en legde tevens een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar op. Eiseres voerde aan dat zij bij terugkeer in de Filipijnen ernstige materiële deprivatie zou ondervinden en wees op haar kwetsbaarheid door traumatische ervaringen in Oekraïne en de onveilige situatie in de Filipijnen. Tevens stelde zij dat zij onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming viel tot 4 maart 2025, wat niet correct was meegenomen.
De rechtbank oordeelde dat de afwijzing van de asielaanvraag terecht was omdat eiseres uitsluitend sociaaleconomische motieven aanvoerde, die niet onder het Vluchtelingenverdrag of artikel 3 EVRM Pro vallen. De rechtbank verwierp haar beroep op individuele risico’s en kwetsbaarheid wegens gebrek aan onderbouwing. Wel stelde de rechtbank vast dat het terugkeerbesluit en het inreisverbod onrechtmatig waren opgelegd, omdat verweerder in eerdere brieven had bevestigd dat eiseres tijdelijk mocht blijven in afwachting van de uitspraak van het Europese Hof van Justitie over de Richtlijn Tijdelijke Bescherming.
De rechtbank vernietigde daarom het terugkeerbesluit en het inreisverbod en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen werd niet-ontvankelijk verklaard, maar verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het terugkeerbesluit en inreisverbod worden vernietigd; het beroep tegen de asielafwijzing wordt ongegrond verklaard.