ECLI:NL:RVS:2023:1054
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.J.M. Baldinger
- M. Soffers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling asielaanvragen Venezolaanse moeder en dochter tegen afwijzing verblijfsvergunning
De zaak betreft het hoger beroep van een Venezolaanse moeder en dochter tegen de afwijzing van hun aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De moeder baseert haar asielverzoek op het feit dat haar zoon deserteerde uit de Nationale Garde en zij zelf deelnam aan protesten tegen de regering Maduro, waarna zij bedreigd zou zijn door gewapende colectivos. Daarnaast beroepen zij zich op de algemene veiligheidssituatie en humanitaire omstandigheden in Venezuela.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft uitgebreid onderzocht of de situatie in Venezuela voldoet aan de criteria voor subsidiaire bescherming, waarbij werd geconcludeerd dat er geen sprake is van een zodanig gewapend conflict dat willekeurig geweld burgers in het hele land bedreigt. De humanitaire situatie is ernstig maar niet uitzonderlijk in de zin van artikel 3 EVRM Pro. Het risicogroepenbeleid van de staatssecretaris, dat zich richt op politiek actieve vreemdelingen die significante kritiek uiten, is gemotiveerd en in redelijke verhouding tot de doelen.
De individuele geloofwaardigheid van de moeder met betrekking tot mishandeling en bedreiging door colectivos werd niet aannemelijk geacht. Ook de overgelegde aangiftes en verklaringen konden dit niet voldoende onderbouwen. De legale uitreis uit Venezuela kon de vreemdelingen niet worden tegengeworpen. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de asielaanvragen bevestigd.