ECLI:NL:RBDHA:2025:25242
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Vaststelling van staatloosheid van verzoekster met Palestijnse achtergrond
Verzoekster, geboren in 1993 in Syrië en van Palestijnse afkomst, heeft een verblijfsvergunning in Nederland en verzoekt de rechtbank om haar staatloosheid vast te stellen. Zij beschikt over diverse documenten, waaronder een Syrisch reisdocument voor Palestijnse vluchtelingen en een Syrische identiteitskaart, die door het Bureau Documenten van de IND als echt zijn beoordeeld.
De rechtbank beoordeelt het verzoek op grond van de Wet vaststellingsprocedure staatloosheid (2023). Verzoekster woont in Nederland en heeft een onmiddellijk belang bij de vaststelling. De rechtbank betrekt Syrië en de Palestijnse Gebieden in haar beoordeling, gezien haar afkomst en woonplaats.
De rechtbank concludeert dat verzoekster niet als onderdaan wordt beschouwd door Syrië, omdat zij niet voldoet aan de nationaliteitscriteria volgens de Syrische wetgeving. Ook erkent Nederland de Palestijnse nationaliteit niet, waardoor Palestijnen uit de Palestijnse Gebieden als staatloos worden beschouwd. Gezien het ontbreken van bewijs dat verzoekster een nationaliteit bezit, stelt de rechtbank haar staatloosheid vast.
De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De beschikking is zonder mondelinge behandeling genomen, met instemming van partijen.
Uitkomst: De rechtbank stelt vast dat verzoekster staatloos is omdat geen enkele staat haar als onderdaan beschouwt.