ECLI:NL:RBDHA:2025:25242

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
25 november 2025
Publicatiedatum
26 december 2025
Zaaknummer
C/09/688843 / HA RK 25-372
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling van staatloosheid van verzoekster

Op 25 november 2025 heeft de Rechtbank Den Haag een beschikking gegeven in de zaak van verzoekster, die op 16 juli 2025 een verzoekschrift indiende tot vaststelling van haar staatloosheid. Verzoekster, geboren in Syrië in 1993, heeft vanaf haar geboorte tot aan haar vlucht naar Nederland in Syrië gewoond. Ze is op 2 juli 2019 Nederland ingereisd en heeft een verblijfsvergunning asiel gekregen, die inmiddels is verlengd tot 17 juli 2029. Verzoekster beschikt over verschillende documenten, waaronder een Syrisch reisdocument voor Palestijnse vluchtelingen en een Syrische identiteitskaart, die door de IND als echt zijn beoordeeld. De Staat der Nederlanden, vertegenwoordigd door mr. S. Deniz, heeft het verzoek van verzoekster geadviseerd toe te wijzen. De rechtbank heeft zonder mondelinge behandeling op het verzoek beslist, omdat partijen hiermee instemden.

De rechtbank heeft vastgesteld dat verzoekster in Nederland woont en onmiddellijk belang heeft bij het verzoek. De beoordeling van de staatloosheid is gebaseerd op de Wet van 7 juni 2023, die regels bevat voor de vaststelling van staatloosheid. De rechtbank heeft de Palestijnse Gebieden en Syrië in haar beoordeling betrokken, aangezien verzoekster van Palestijnse afkomst is en daar geboren is. De rechtbank concludeert dat verzoekster niet als onderdaan van de Palestijnse Gebieden of Syrië kan worden beschouwd, en stelt vast dat zij staatloos is. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij de eigen kosten draagt.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: HA RK 25-372
Zaaknummer: C/09/688843
Datum beschikking: 25 november 2025

Vaststelling van staatloosheid

Beschikking op het op 16 juli 2025 ingekomen verzoekschrift van:

[verzoekster],

verzoekster,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. G.P.G. Willemse-Schoenmakers te Ulft.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

DE STAAT DER NEDERLANDEN,

(Ministerie van Justitie en Veiligheid, Immigratie- en Naturalisatiedienst,
verder te noemen “de Staat”),
zetelende te ’s-Gravenhage,
vertegenwoordigd door: mr. S. Deniz.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift, met bijlagen;
- de brief van 18 augustus 2025 van de Staat;
- het e-mail bericht van 19 augustus 2025, met bijlagen, van verzoekster;
- de brief van 11 september 2025 van de Staat;
- de brief van 14 oktober 2025 van verzoekster;
- het e-mail bericht van 16 oktober 2025 van verzoekster;
- het e-mail bericht van 20 oktober 2025 van de Staat.

Verzoek en het advies van de Staat

Het verzoekschrift strekt tot vaststelling van staatloosheid van verzoekster, met compensatie van de proceskosten, in die zin dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
De Staat adviseert het verzoek toe te wijzen.
Omdat het advies van de Staat overeenstemt met wat is verzocht, heeft de rechtbank aanleiding gezien om zonder mondelinge behandeling op het verzoek te beslissen. Partijen hebben hiermee ingestemd.

Feiten

De volgende feiten blijken uit het dossier dan wel zijn door de Staat vastgesteld, zodat de rechtbank deze als vaststaand aanneemt.
- Verzoekster is geboren op [geboortedatum] 1993 in [geboorteplaats], Syrië.
- Verzoeker heeft vanaf haar geboorte tot aan haar vlucht naar Nederland in Syrië gewoond.
- Verzoeker is op 2 juli 2019 Nederland ingereisd en met ingang van 17 juli 2019 is aan haar een verblijfsvergunning asiel verleend, geldig tot 17 juli 2024. Deze vergunning is inmiddels verlengd tot 17 juli 2029.
- Verzoeker beschikt over een origineel Syrisch reisdocument voor Palestijnse vluchtelingen en een originele Syrische identiteitskaart. Beide documenten zijn door Bureau Documenten van de IND onderzocht en echt bevonden.
- Verzoeker beschikt ook over een origineel familieboekje Dit document is onderzocht door Bureau Documenten en met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid echt bevonden.
- Voorts beschikt verzoekster over een originele UNRWA family recor en een geboorteakte. Ten aanzien van deze documenten heeft Bureau Documenten een neutraal advies gegeven.

Beoordeling

Juridisch kader
Het verzoek is gebaseerd op artikel 2 van de Wet van 7 juni 2023, houdende regels met betrekking tot de vaststelling van staatloosheid, Staatsblad 2023, 230 (Wet vaststellingsprocedure staatloosheid).
Op basis van lid 1 van genoemd artikel kan een ieder die, buiten een bij enige rechterlijke instantie aanhangige zaak, daarbij onmiddellijk belang heeft en in Nederland zijn woonplaats of gewone verblijfplaats heeft, bij deze rechtbank een verzoek indienen tot vaststelling van zijn staatloosheid. Het verzoek kan ook strekken tot de vaststelling dat de betrokkene op een bepaald tijdstip staatloos was. De rechtbank stelt op basis van lid 2 van dit artikel de staatloosheid vast, indien hem niet is gebleken dat de betrokkene door enige staat, krachtens diens wetgeving, als onderdaan wordt beschouwd.
Ontvankelijkheid
De rechtbank stelt vast dat verzoekster in Nederland woont. Verder is niet in geschil dat verzoekster onmiddellijk belang heeft bij het verzoek tot vaststelling van staatloosheid, zodat zij ontvankelijk is in haar verzoek.
Relevante landen
De rechtbank ziet aanleiding om de Palestijnse Gebieden en Syrië in haar beoordeling over de staatloosheid van verzoekster te betrekken. Dit omdat verzoekster stelt, net zoals haar ouders, van Palestijnse afkomst te zijn en in Syrië te zijn geboren en daar tot aan haar vertrek naar Nederland te hebben gewoond. Voorts stelt verzoekster getrouwd te zijn geweest met een Palestijnse man uit Syrië.
Wordt verzoekster als onderdaan van de Palestijnse Gebieden beschouwd?
Gelet op de door verzoekster overgelegde documenten – welke documenten (waarschijnlijk) positief zijn beoordeeld door Bureau Documenten van de IND – is het aannemelijk dat verzoekster van Palestijnse afkomst is. De rechtbank is het daarbij met de Staat van oordeel dat ondanks dat verzoekster een gewaarmerkte in kopie overgelegde geboorteakte en geen originele geboorteakte heeft overgelegd – Bureau documenten heeft zich daarom niet kunnen uitlaten over de echtheid van het document en daarom neutraal geadviseerd – dat met de overgelegde geboorteakte ook is voldaan aan de vereiste documenten. De gegevens op de geboortakte komen overeen met de andere echt bevonden documenten en volgens Bureau Documenten zijn ook geen onregelmatigheden aangetroffen. Gelet op de stukken, onderzoeken en verklaringen in samenhang bezien, is het aannemelijk dat verzoekster van Palestijnse afkomst is. Voor zover verzoekster de Palestijnse nationaliteit heeft, geldt het volgende.
Uit het ‘Algemeen Ambtsbericht Palestijnse Gebieden’ (april 2022) van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en de ‘Werkinstructie SUA’ van 11 december 2020 van de IND (nummer en titel: WI 2020/19 Palestijnen, hierna te noemen: de Werkinstructie) volgt dat Nederland de staat Palestina, en dus ook de Palestijnse nationaliteit, niet erkent. Voor Nederland gelden Palestijnen uit de Palestijnse gebieden daarom als staatloos.
Wordt verzoekster als onderdaan van Syrië beschouwd?
Op grond van de nationaliteitswetgeving van Syrië (decreet 276 uit 1969; bevestiging hiervan is te vinden in het ‘Algemeen Ambtsbericht Syrië’ (mei 2022) van het Ministerie van Buitenlandse Zaken) kan de Syrische nationaliteit onder andere worden verkregen door afstamming van een Syrische vader. Een moeder kan naar Syrisch nationaliteitsrecht haar nationaliteit alleen doorgeven in het geval het kind is geboren in Syrië en de vader het kind niet heeft erkend. Van deze situaties is in dit geval niet gebleken, zodat het niet aannemelijk is dat verzoekster de Syrische nationaliteit via haar vader of moeder kan hebben verkregen. Voorts blijkt uit het familieboekje dat verzoekester getrouwd is geweest met een Palestijnse man, waardoor zij via haar voormalig huwelijk ook niet had kunnen naturaliseren. Verzoekster beschikt ook over een Syrisch reisdocument voor Palestijnse vluchtelingen en een Syrische identiteitskaart, zodat aannemelijk is dat de Syrische overheid verzoekster beschouwt als Palestijn zonder de Syrische nationaliteit.
Uit de Werkinstructie volgt dat Palestijnen in Syrië in principe staatloos zijn en niet kunnen naturaliseren.
Gelet op het voorgaande vindt de rechtbank het niet aannemelijk dat verzoekster beschikt over de nationaliteit van Syrië.
Conclusie
De rechtbank stelt vast dat niet is gebleken dat verzoekster door enige staat, krachtens diens wetgeving, als onderdaan wordt beschouwd, zodat de staatloosheid van verzoekster kan worden vastgesteld.
Proceskosten
Gelet op de aard van de procedure zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank:
*
stelt vast dat verzoekster staatloos is;
*
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. Boone, rechter, bijgestaan door mr. S.G.J. Verkennis als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van 25 november 2025.