ECLI:NL:RBDHA:2025:2533
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielprocedure wegens Dublinverantwoordelijkheid Duitsland
De zaak betreft een verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening.
Verzoeker had beroep ingesteld tegen dit besluit en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening zonder zitting behandeld.
De rechtbank heeft op dezelfde dag uitspraak gedaan in het hoofdberoep en dit beroep ongegrond verklaard, waardoor de voorlopige voorziening niet langer nodig was. Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank het beroep ongegrond heeft verklaard.