De rechtbank Den Haag behandelde op 28 november 2025 een verzoek van de vader om een verbod op verhuizing van de moeder met de minderjarige naar een andere provincie en wijziging van de omgangsregeling. De moeder was in juni 2025 met de minderjarige verhuisd, waardoor de bestaande omgangsregeling niet meer uitvoerbaar was.
De vader trok zijn verzoek tot verbod op verhuizing in, waarna de rechtbank zich richtte op de wijziging van de omgangsregeling. Gezien de gewijzigde omstandigheden en het feit dat de vader de minderjarige sinds de verhuizing niet meer had gezien, stelde de rechtbank een nieuwe omgangsregeling vast. Deze voorziet in om de week op zaterdag omgang bij de vader met vervoer via het station en vanaf januari 2026 een weekendverblijf van zaterdagmiddag tot zondagmiddag.
Daarnaast is afgesproken dat vader en minderjarige wekelijks op woensdag videobellen. De rechtbank verwees de ouders naar mediation om verdere geschilpunten over omgang en gezag onder begeleiding te bespreken. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.