ECLI:NL:RBDHA:2025:25417

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 oktober 2025
Publicatiedatum
29 december 2025
Zaaknummer
NL25.1623
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot voorlopig verblijf voor nareis echtgenote; beoordeling familierechtelijke relatie en feitelijke gezinsband

In deze zaak heeft eiseres een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis bij haar referent. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag afgewezen, met als argument dat de familierechtelijke relatie tussen eiseres en referent niet voldoende is aangetoond. De rechtbank heeft het beroep van eiseres behandeld en vastgesteld dat de minister onvoldoende rekening heeft gehouden met de overgelegde documenten, waaronder een religieuze huwelijksakte. De rechtbank oordeelt dat de minister een te strenge bewijsmaatstaf heeft gehanteerd door te stellen dat de relatie niet is aangetoond, terwijl de juiste maatstaf is dat de relatie aannemelijk moet worden gemaakt. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit van de minister, maar laat de rechtsgevolgen in stand, omdat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de familierechtelijke relatie en feitelijke gezinsband niet aannemelijk zijn gemaakt. Eiseres krijgt een vergoeding van het griffierecht en proceskosten toegewezen.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.1623
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres (gemachtigde: mr. G. van Reemst),

en

de Minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: S. Kowsari).

Inleiding

1. Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van ‘nareis’ bij [referent] (referent). De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 27 juli 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 16 december 2024 op het bezwaar van eiseres is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
2. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
3. De rechtbank heeft het beroep op 27 augustus 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: referent, de gemachtigde van eiseres, J.A. Matti en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

4. De rechtbank beoordeelt of de minister de aanvraag voor een reguliere verblijfsvergunning mocht afwijzen. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
Het bestreden besluit
5. De minister heeft de aanvraag van eiseres afgewezen. Bij het bestreden besluit is de minister hierbij gebleven.
5.1.
De minister heeft aan de afwijzing ten eerste ten grondslag gelegd dat eiseres en referent hun familierechtelijke relatie niet hebben aangetoond of aannemelijk hebben gemaakt. Op de religieuze huwelijksakte die eiseres heeft overgelegd zijn wijzigingen aangetroffen waardoor Bureau Documenten geen uitspraak kan doen over de echtheid van dit document. Omdat de andere documenten die eiseres heeft overgelegd allemaal zijn gebaseerd op de religieuze huwelijksakte, trekt de minister de waarde van die andere, echt bevonden, documenten in twijfel. Ook komt de locatie waar het huwelijk heeft plaatsgevonden volgens de beschikking van de islamitische familierechtbank niet overeen met de verklaringen van referent tijdens de hoorzitting en is de invulling van de feitelijke gezinsband niet aannemelijk gemaakt.
5.2.
Ten tweede heeft de minister aan de afwijzing ten grondslag gelegd dat referent is getrouwd met [persoon] en dat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij zijn huwelijk en feitelijke gezinsband met [persoon] heeft verbroken. Dit baseert de minister op de verklaringen van referent tijdens de hoorzitting, wat [persoon] tijdens haar asielaanvraag heeft verklaard en het feit dat de minister de originele echtscheidingsakte niet heeft ontvangen en daarom niet op echtheid kon onderzoeken. Daarom kan de mvv-aanvraag van eiseres niet worden ingewilligd. Het inwilligen van de aanvraag zou namelijk leiden tot een polygame situatie terwijl dit in Nederland niet is toegestaan en dus in strijd is met de openbare orde.
Familierechtelijke relatie tussen eiseres en referent
6. Eiseres voert aan dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom geen waarde wordt gehecht aan de religieuze huwelijksakte en de meerdere echt bevonden documenten. Eiseres en referent hebben op [trouwdatum] 2021 een religieus huwelijk afgesloten in Libanon en hebben dit later in Syrië geregistreerd. Bij dit huwelijk waren de getuigen in [plaats] aanwezig via een videoverbinding. De Syrische familierechtbank in [plaats] heeft haar beschikking gebaseerd op de verklaringen van de getuigen. Om deze reden staat in de beschikking van de familierechtbank dat het huwelijk is voltrokken in [plaats] . Verder heeft de minister een te strenge bewijsmaatstaf gebruikt, namelijk dat de relatie van eiseres en referent moet worden bewezen. De minister moet beoordelen of de familierechtelijke relatie aannemelijk is gemaakt en niet of deze is aangetoond.
Heeft de minister de juiste bewijsmaatstaf gebruikt?
7. De minister heeft zich in het bestreden besluit (bladzijde 3) op het standpunt gesteld dat de familierechtelijke relatie niet is aangetoond of aannemelijk gemaakt, terwijl uit paragraaf C2/4.1 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc) en Werkinstructie 2024/4 volgt dat een vreemdeling zijn familierechtelijke relatie aannemelijk moet maken.1 De rechtbank is daarom van oordeel dat de minister, voor zover hij stelt dat de familierechtelijke relatie niet is aangetoond, een te strenge bewijsmaatstaf heeft gebruikt om de familierechtelijke relatie tussen eiseres en referent te beoordelen. In zoverre slaagt het betoog van eiseres. Dit neemt echter niet weg dat de minister zich in het bestreden besluit ook op het standpunt heeft gesteld dat de familierechtelijke relatie niet aannemelijk is gemaakt met de overgelegde documenten en daarmee de juiste bewijsmaatstaf heeft gebruikt. Gelet daarop, slaagt de beroepsgrond over de bewijsmaatstaf niet.
Is de familierechtelijke relatie aannemelijk gemaakt?
7.1.
De minister heeft zich in het bestreden besluit en tijdens de zitting op het standpunt gesteld dat de omstandigheid dat Bureau Documenten de echtheid van de religieuze huwelijksakte niet heeft kunnen vaststellen, ertoe leidt dat aan de religieuze huwelijksakte geen gewicht toekomt. Verder heeft de minister zich op het standpunt gesteld dat aan de overige - echt bevonden - documenten die eiseres heeft overgelegd ter onderbouwing van haar huwelijk met referent, geen waarde kan worden gehecht omdat deze allemaal zijn gebaseerd op de religieuze huwelijksakte. De rechtbank volgt dit niet. Volgens vaste rechtspraak moet de minister namelijk alle documenten – ongeacht hun aard of status – in onderlinge samenhang bezien. Daarbij moet de minister rekening houden met alle relevante elementen en ervoor zorgen dat de eisen die hij aan het bewijs stelt evenredig zijn aan die elementen. 2 Het feit dat Bureau Documenten geen uitspraak kan doen over de echtheid van de religieuze huwelijksakte, betekent dus niet dat daarom aan dit document en aan de overige - echt bevonden - documenten in zijn geheel geen gewicht kan toekomen.
Gelet daarop, is de rechtbank van oordeel dat de minister met voormeld standpunt niet deugdelijk heeft gemotiveerd waarom in dit geval geen waarde wordt toegekend aan de religieuze huwelijksakte. In zoverre slaagt het betoog van eiseres.
7.2.
Daarnaast heeft de minister zich in het bestreden besluit en ter zitting ook op het standpunt gesteld dat aan de huwelijksakte wordt getwijfeld, omdat de inhoud tegenstrijdig is met de verklaringen van referent tijdens de hoorzitting. In de religieuze huwelijksakte staat dat het huwelijk in [plaats] in Syrië heeft plaatsgevonden, terwijl referent tijdens de hoorzitting heeft verklaard dat het huwelijk in Libanon heeft plaatsgevonden, maar dat de huwelijksakte later in [plaats] is ingeschreven. Gelet daarop, is volgens de minister de familierechtelijke relatie niet aannemelijk gemaakt. Eiseres heeft hierover tijdens de zitting verklaard dat sprake is geweest van een vertaalfout. De rechtbank overweegt dat in de religieuze huwelijksakte staat dat het huwelijk in [plaats] heeft plaatsgevonden. Dit komt niet overeen met wat referent heeft verklaard tijdens de hoorzitting. Verder heeft eiseres niet onderbouwd dat het huwelijk in Libanon zou hebben plaatsgevonden. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de minister heeft mogen twijfelen aan de religieuze huwelijksakte. Omdat de andere documenten (een familieboekje, een uittreksel van het huwelijksregister, een huwelijksverklaring en een uittreksel uit het familieregister) gebaseerd zijn op de religieuze huwelijksakte, heeft de minister ook aan deze documenten mogen twijfelen. De beroepsgrond slaagt niet.
Invulling feitelijke gezinsband tussen eiseres en referent
8. Eiseres voert aan dat uit de overgelegde stukken blijkt dat eiseres en referent voldoende invulling geven aan hun feitelijke gezinsband (foto’s van eiseres en referent en belgegevens). Verder heeft de minister het bestreden besluit onzorgvuldig voorbereid door tijdens de hoorzitting onvoldoende onderzoek te doen naar de invulling van de feitelijke gezinsband tussen eiseres en referent. Ook motiveert de minister onvoldoende waarom de verklaring van de medisch specialist over de miskraam van eiseres niet voldoende is om aannemelijk te maken dat zij een miskraam heeft gehad.
8.1.
De rechtbank is van oordeel dat de minister zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat de feitelijke gezinsband tussen eiseres en referent niet aannemelijk is gemaakt. De minister heeft de overgelegde stukken onvoldoende mogen vinden voor het bestaan van een feitelijke gezinsband die op een lijn is te stellen met een huwelijk. Uit de stukken blijkt wel dat eiseres en referent contact hebben en samen zijn geweest, maar uit de stukken kan niet worden afgeleid waaruit dat contact precies bestond en op welke manier zij invulling hebben gegeven aan hun relatie. De minister heeft hierin geen aanknopingspunten hoeven zien voor het aannemen van een feitelijke gezinsband tussen eiseres en referent. Dat geldt ook voor de documenten en verklaringen over de miskraam die eiseres heeft gehad. De beroepsgrond slaagt niet.
8.2.
Verder is de rechtbank van oordeel dat de minister het bestreden besluit niet onvoldoende zorgvuldig heeft voorbereid. Referent is tijdens de hoorzitting voldoende in de gelegenheid gesteld om de invulling van de feitelijke gezinsband nader toe te lichten. Verder heeft de minister tijdens de hoorzitting gevraagd om nadere stukken in te dienen ter onderbouwing van de feitelijke gezinsband. De rechtbank volgt eiseres daarom niet in haar stelling dat de minister tijdens de hoorzitting alleen onderzoek heeft gedaan naar referent zijn vorige relatie met [persoon] . De beroepsgrond slaagt niet.
Beëindiging relatie [persoon] en polygamie
9. Eiseres voert aan dat referent zijn huwelijk met [persoon] heeft verbroken en dat geen sprake is van een polygame situatie als aan eiseres een verblijfsvergunning wordt verleend. Volgens eiseres stelt de minister ten onrechte dat de originele echtscheidingsakte niet is ontvangen. Eiseres heeft stukken overgelegd waaruit blijkt dat het document aangetekend is verstuurd en door de minister is ontvangen. Ook voert eiseres aan dat de minister tijdens de hoorzitting heeft bevestigd dat het document is ontvangen. Verder voert eiseres aan dat uit de verklaringen van referent niet blijkt dat er nog steeds een gezinsband is tussen hem en [persoon] . Het feit dat referent soms contact met haar heeft, betekent niet dat nog steeds sprake is van een gezinsband. Ook kan de minister de verklaringen van [persoon] niet tegenwerpen, omdat deze niet zijn toegevoegd aan het dossier.
10. De rechtbank overweegt dat uit de door eiseres overgelegde stukken blijkt dat de originele echtscheidingsakte aangetekend is verstuurd en door de minister is ontvangen. Ook geeft de minister tijdens de hoorzitting aan dat de resultaten van de echtscheidingsakte moeten worden afgewacht.3 Het standpunt van de minister dat de echtscheidingsakte niet is ontvangen, begrijpt de rechtbank daarom zo dat de minister de echtscheidingsakte wel heeft ontvangen, maar is kwijtgeraakt. De minister heeft hiermee onzorgvuldig gehandeld, zeker omdat de minister veel belang hecht aan authentieke documenten ter onderbouwing van een verblijfsaanvraag. Het bestreden besluit is daarmee onzorgvuldig voorbereid. Dit deel van de beroepsgrond slaagt.
10.1.
De minister heeft zich verder op het standpunt gesteld dat ongeacht de authenticiteit van de echtscheidingsakte, het niet aannemelijk is dat het huwelijk tussen referent en [persoon] is verbroken vanwege zijn verklaringen over het contact dat hij heeft met [persoon] in Nederland. Uit paragraaf B7/3.1.5. van de Vc blijkt dat de minister aanneemt dat een gezinsband is verbroken als het huwelijk feitelijk of juridisch is verbroken. Hieruit blijkt volgens de rechtbank dat de minister ervan uitgaat dat een gezinsband is verbroken als een echtscheidingsakte authentiek is bevonden. De rechtbank is daarom van oordeel dat de minister zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat het niet uitmaakt of de overgelegde echtscheidingsakte authentiek is of niet. Het bestreden besluit bevat daarmee een motiveringsgebrek. De beroepsgrond slaagt ook in zoverre.
10.2.
Verder heeft de minister zich op het standpunt gesteld dat referent en [persoon] in Nederland nog contact hebben en dat [persoon] tijdens haar asielaanvraag heeft aangegeven dat zij zich met referent in Nederland wil herenigen. Referent heeft tijdens de hoorzitting verklaard dat hij soms oppervlakkig contact heeft met [persoon] , omdat zij vroeger lang samen zijn geweest en dat hij verder geen emotionele band met haar heeft.4 Tijdens de zitting heeft referent verder verklaard dat [persoon] zijn naam mogelijk alleen heeft genoemd om haar kansen op een verblijfsvergunning te vergroten en dat zij van zijn familie of bekenden kan hebben gehoord dat hij in Nederland verblijft. De minister heeft in het bestreden besluit en tijdens de zitting niet deugdelijk gemotiveerd waarom wat [persoon] tijdens haar asielaanvraag heeft verklaard zwaarder weegt dan wat referent heeft verklaard over hun gezinsband. Verder heeft de minister ook geen aanknopingspunten naar voren gebracht waaruit blijkt dat er nog een huwelijk of feitelijke gezinsband bestaat tussen referent en [persoon] . De rechtbank is daarom van oordeel dat de minister niet deugdelijk heeft gemotiveerd dat er een risico is op een polygame situatie in Nederland. Ook dit deel van de beroepsgrond slaagt.

Conclusie en gevolgen

11. Het beroep is gegrond, omdat het bestreden besluit in strijd is met artikel 3:2 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit betekent dat eiseres gelijkt heeft en de minister het bestreden besluit onvoldoende zorgvuldig heeft voorbereid en niet deugdelijk heeft gemotiveerd. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. De rechtbank ziet echter aanleiding om de rechtsgevolgen op grond van artikel 8:72, derde lid, van de Awb in stand te laten. De minister heeft zich namelijk deugdelijk gemotiveerd op het standpunt gesteld dat de familierechtelijke relatie en de feitelijke gezinsband tussen eiseres en referent niet aannemelijk is gemaakt.
12. Omdat het beroep gegrond is krijgt eiseres een vergoeding van het griffierecht van € 194,- en haar proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.814,- omdat de gemachtigde van eiseres een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:
-verklaart het beroep gegrond;
-vernietigt het bestreden besluit van 16 december 2024;
-bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven;
-bepaalt dat de minister het griffierecht van € 194,- moet vergoeden;
-veroordeelt de minister tot betaling van € 1.814,- aan proceskosten aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van mr. B.J. van Rossum, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 08 oktober 2025

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
1. Werkinstructie 2024/4 Instructies behandeling nareis (asiel), pagina 4 en 12.
2 Zie onder meer de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 26 januari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:245, en van 3 juli 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2548.
3 Verslag gehoor ambtelijke commissie van 22 oktober 2024, pagina 8.
4 Verslag gehoor ambtelijke commissie van 22 oktober 2024, pagina 5.

Documentcode: [Documentcode]