Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. S. Faddach).
Procesverloop
Overwegingen
Lichter middel
Voortvarend handelen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De minister van Asiel en Migratie legde op 11 december 2025 aan eiser, van Poolse nationaliteit, de maatregel van bewaring op op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege risico op ontduiking van toezicht en belemmering van uitzetting.
Eiser betwistte enkele gronden, waaronder een zware grond en een lichte grond, waarvan de minister de lichte grond introk. De rechtbank oordeelde dat de overige gronden feitelijk juist en voldoende gemotiveerd waren en dat deze al voldoende waren om de maatregel te dragen.
Eiser voerde aan dat een lichter middel passend zou zijn vanwege zijn kwetsbaarheid, maar onderbouwde dit niet met medische documenten. De rechtbank vond de medische zorg in detentie adequaat en wees dit verweer af.
Verder stelde eiser dat de minister niet voortvarend had gehandeld bij de uitzetting, maar de rechtbank constateerde dat de minister binnen korte tijd de benodigde stappen had gezet en een akkoord van de Poolse autoriteiten had ontvangen.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel niet onrechtmatig was en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.