Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. S. Faddach).
Procesverloop
Overwegingen
Voortvarendheid
Ambtshalve toetsing
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De minister van Asiel en Migratie heeft op 11 december 2025 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser, van Nigeriaanse nationaliteit, stelde dat de bewaring onevenredig bezwarend is vanwege het risico op de doodstraf bij uitzetting, wat volgens hem in strijd is met artikel 3 EVRM Pro en het Antifolterverdrag.
De rechtbank oordeelt dat dit risico al eerder is getoetst bij de asielaanvraag en dat geen nieuwe feiten zijn aangevoerd die een ander oordeel rechtvaardigen. Tevens is het zicht op uitzetting naar Nigeria voldoende gemotiveerd, gezien de lopende laissez-passer aanvraag en de voortvarende acties van de minister.
Eiser voerde ook aan dat de minister onvoldoende voortvarend werkt aan zijn uitzetting, maar de rechtbank stelt vast dat sinds 11 december 2025 diverse stappen zijn gezet, waaronder het verkrijgen en doorsturen van documenten en het houden van vertrekgesprekken.
De rechtbank concludeert dat de maatregel van bewaring niet onrechtmatig is geweest en verklaart het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.