Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. S. Faddach).
Procesverloop
Overwegingen
Bewaringsgronden
Ambtshalve toetsing
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 24 december 2025 uitspraak gedaan in een beroep tegen een besluit van de minister van Asiel en Migratie, waarbij aan de eiser, een Marokkaanse asielzoeker, de maatregel van bewaring is opgelegd. De eiser, vertegenwoordigd door zijn gemachtigde mr. C.T.W. van Dijk, heeft beroep ingesteld tegen dit besluit, dat op 7 december 2025 is genomen. De rechtbank heeft de zaak op 22 december 2025 behandeld, waarbij de eiser aanwezig was met een tolk en de minister vertegenwoordigd was door zijn gemachtigde.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom er geen risico op schending van het non-refoulement beginsel zou zijn. Eiser heeft in het verleden een asielaanvraag ingediend, maar is nooit gehoord in het kader van het terugkeerbesluit. De rechtbank oordeelt dat de minister bij het nemen van terugkeerbesluiten moet verifiëren of het non-refoulement beginsel in acht is genomen. De rechtbank concludeert dat er geen voldoende individuele omstandigheden zijn aangevoerd die wijzen op een risico op refoulement bij terugkeer naar Marokko.
De rechtbank heeft ook de argumenten van eiser over de toepassing van een lichter middel beoordeeld. Eiser heeft gesteld dat hij meerdere jaren in detentie heeft gezeten en dat een meldplicht een lichter middel zou zijn. De rechtbank oordeelt echter dat de minister voldoende heeft gemotiveerd waarom een lichter middel niet toereikend zou zijn, gezien het risico dat eiser zich aan het toezicht zou onttrekken. Uiteindelijk heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.