Eiser, een Egyptische staatsburger, diende op 4 augustus 2022 een asielaanvraag in in Nederland vanwege politieke activiteiten voor de Freedom and Justice Party in Egypte en de daaruit voortvloeiende vrees voor vervolging. Verweerder wees de aanvraag af op 17 mei 2024, stellende dat de gestelde problemen met de Egyptische autoriteiten niet geloofwaardig waren en dat eiser geen reëel risico liep bij terugkeer.
De rechtbank oordeelde dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk was, omdat verweerder alsnog een besluit had genomen. De rechtbank vond echter dat verweerder ten onrechte de geloofwaardigheid van de politieke overtuiging en de daaruit voortvloeiende vrees onvoldoende had onderzocht en gemotiveerd, met name in het licht van recente jurisprudentie en beleidsregels (IB 2023/77 en IB 2024/10).
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit voor zover het betrekking had op de politieke overtuiging en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen met een gemotiveerde beoordeling van hoe eiser zijn politieke overtuiging bij terugkeer wil uiten en wat de gevolgen daarvan zijn. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser.