ECLI:NL:RBDHA:2025:25455

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 oktober 2025
Publicatiedatum
29 december 2025
Zaaknummer
NL24.24359
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Asielaanvraag van Egyptische vrouw met politieke overtuiging afgewezen; beroep gegrond verklaard

In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 21 oktober 2025 uitspraak gedaan in een asielzaak van een Egyptische vrouw, eiseres, die samen met haar minderjarige kinderen een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd had aangevraagd. De aanvraag werd door de minister van Asiel en Migratie afgewezen, met als argument dat de vrouw niet aannemelijk had gemaakt dat zij een reëel risico liep op vervolging in Egypte vanwege haar politieke overtuigingen. Eiseres had verklaard dat haar man in de negatieve belangstelling van de Egyptische autoriteiten stond vanwege zijn politieke activiteiten, en dat zij zelf ook vreest te worden vervolgd. De rechtbank heeft het beroep van eiseres op 30 juli 2025 behandeld, waarbij eiseres werd bijgestaan door haar gemachtigde en een tolk aanwezig was. De rechtbank oordeelde dat de minister het bestreden besluit onzorgvuldig had voorbereid en niet deugdelijk had gemotiveerd. De rechtbank vernietigde het besluit en droeg de minister op om een nieuw besluit te nemen, waarbij eiseres opnieuw gehoord moet worden over haar politieke overtuiging en de gevolgen daarvan bij terugkeer naar Egypte. De rechtbank concludeerde dat de minister niet voldoende had onderbouwd waarom eiseres niet als vluchteling kon worden aangemerkt en dat de geloofwaardigheid van haar verklaringen onvoldoende was beoordeeld.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.24359

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], eiseres, mede namens haar minderjarige kinderen
[naam 1],
[naam 2],
[naam 3],
[naam 4]en
[naam 5]
V-nummers: [nummer 1], [nummer 2], [nummer 3], [nummer 4], [nummer 5] en
[nummer 6]
(gemachtigde: mr. M.M. Volwerk),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. A.E. van der Burg).

Procesverloop

Bij besluit van 17 mei 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (asielaanvraag) afgewezen. Ook heeft verweerder bepaald dat aan eiseres niet ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd wordt verleend en dat zij geen uitstel van vertrek krijgt. Het bestreden besluit omvat tevens een terugkeerbesluit.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep, gelijktijdig met het beroep (NL23.38410) van de man van eiseres ([naam 6]), op 30 juli 2025 op zitting behandeld. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen [naam 7]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Inleiding
1. Eiseres is geboren op [geboortedatum] 1984 en heeft de Egyptische nationaliteit. Zij heeft op 4 augustus 2022 de asielaanvraag ingediend, mede namens haar minderjarige kinderen.
1.1.
Eiseres legt – samengevat – het volgende aan haar asielaanvraag ten grondslag. De man van eiseres is in 2013 in de negatieve belangstelling komen te staan van de Egyptische autoriteiten vanwege zijn politieke opvatting en activiteiten. Hij heeft daarom een tijd ondergedoken gezeten. De autoriteiten zijn op enig moment hun huis in Egypte binnengevallen, maar eiseres was op dat moment niet thuis. Eiseres is vervolgens in 2015 ook naar Qatar verhuisd. In 2021 zijn de Egyptische autoriteiten wederom hun huis binnengevallen. Eiseres is in 2022 vertrokken naar Nederland. Hier heeft zij meegedaan aan een demonstratie tegen de Egyptische autoriteiten. Een foto hiervan is verschenen op een nieuwswebsite en hierna is de woning van de familie van eiseres in Egypte door de autoriteiten binnengevallen en is haar broertje ontvoerd. Eiseres vreest te worden vervolgd vanwege de politieke opvattingen en activiteiten van haar en haar man. Daarnaast vreest zij dat haar dochters in Egypte zullen worden besneden en dat haar zonen de militaire dienstplicht zullen moeten vervullen.
Bestreden besluit
2. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens verweerder de volgende relevante elementen:
De identiteit, nationaliteit en herkomst;
De politieke overtuiging;
De problemen door de politieke activiteiten in Egypte;
De problemen door de politieke activiteiten in Nederland;
Vrouwenbesnijdenis;
De militaire dienstplicht.
2.1.
Verweerder acht het eerste, tweede en zesde relevante element in het asielrelaas van eiseres geloofwaardig. De andere relevante elementen zijn niet geloofwaardig. Eiseres verklaart namelijk volgens verweerder summier en vaag over de inval in haar huis door de autoriteiten. Daarnaast zijn ook haar verklaringen over de periode na deze inval vaag. Volgens verweerder valt ook niet in te zien dat eiseres na haar vertrek uit Egypte in 2016, 2017 en 2021, ondanks haar gestelde problemen met de autoriteiten, is teruggekeerd naar Egypte om haar (schoon)familie te bezoeken. Verweerder stelt zich verder op het standpunt dat ook de gestelde problemen vanwege haar politieke activiteiten in Nederland niet geloofwaardig zijn. Daar heeft eiseres aan ten grondslag gelegd dat er een foto van haar is gepubliceerd van een demonstratie waar zij aan heeft deelgenomen. Eiseres wordt echter niet bij naam genoemd in dit artikel en ook anderszins valt niet in te zien hoe dit artikel tot eiseres persoonlijk zou zijn te herleiden voor de Egyptische autoriteiten. Daarnaast heeft eiseres volgens verweerder tegenstrijdig verklaard over de ontvoeringen van haar broertje door de autoriteiten en zijn haar verklaringen over de inval in het ouderlijk huis algemeen en summier. Verweerder acht ook het door eiseres gestelde risico op besnijdenis van haar dochter ongeloofwaardig aangezien zij hierover wisselend en vaag heeft verklaard.
2.2.
Eiseres kan volgens verweerder op grond van de geloofwaardig geachte elementen niet worden aangemerkt als vluchteling in de zin van het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen (het Vluchtelingenverdrag). Ook heeft zij niet aannemelijk gemaakt dat zij bij terugkeer naar Egypte een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Eiseres is namelijk zelf nooit lid geweest of actief geweest voor de Vrijheid en Rechtvaardigheid Partij (FJP), maar heeft enkel deelgenomen aan de verkiezingscampagne als steun voor haar man. Niet is gebleken dat zij problemen als gevolg hiervan heeft ondervonden en niet aannemelijk is dat zij wordt beschouwd als opposant van de autoriteiten. Daarnaast valt uit de verklaringen van eiseres niet op te maken dat haar zonen vanwege het vervullen van de dienstplicht een gevaar zullen lopen.
Vierogenbeginsel
3. Eiseres betoogt dat verweerder het bestreden besluit onzorgvuldig heeft voorbereid. Daartoe voert zij aan dat verweerder het vierogenbeginsel heeft geschonden. De hoormedewerker heeft namelijk zowel het voornemen, het aanvullende voornemen als ook het besluit genomen.
3.1.
Volgens jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling), waaronder de uitspraak van 5 september 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:2986), zijn er geen nationale- of internationale rechtsregels of rechtsbeginselen waaruit voortvloeit dat verweerder verplicht is het vierogenbeginsel in alle asielzaken, dan wel in bepaalde categorieën asielzaken, toe te passen.
3.2.
De beroepsgrond slaagt niet.
Geloofwaardigheid relevante element
4. Eiseres stelt zich verder op het standpunt dat verweerder het derde relevante element (de problemen door de politieke activiteiten in Egypte) ten onrechte en ondeugdelijk gemotiveerd ongeloofwaardig heeft geacht.
4.1.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiseres vaag en summier heeft verklaard over de gestelde inval in haar woning op 24 januari 2014. Daarbij heeft verweerder eiseres in dit kader tegen kunnen werpen dat eiseres deze gebeurtenis alleen baseert op verklaringen van haar buurvrouw. Eiseres stelt dat zij zelf niet aanwezig was toen de inval plaatsvond en dat haar buurvrouw haar zou hebben gebeld om haar hierover te informeren. Eiseres heeft echter nagelaten om bij haar buurvrouw navraag te doen naar het aantal mensen dat betrokken zou zijn geweest bij de inval, hoe zij weet dat het leden van de veiligheidsdiensten waren of wat de reden was voor de inval. Verweerder heeft zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat niet valt in te zien dat zij hierover niet meer informatie heeft proberen te verkregen. Eiseres stelt immers dat dit een belangrijke gebeurtenis is geweest die (uiteindelijk) ook heeft geleid tot haar vertrek uit Egypte, maar heeft wel genoegen genomen met de enkele mededeling van haar buurvrouw dat er een inval zou hebben plaatsgevonden. Verweerder heeft zich verder niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat niet valt in te zien dat eiseres de dag na de inval is teruggekeerd naar haar woning om de (geforceerde) deur dicht te doen terwijl zij ook verklaart dat zij bang was dat de veiligheidsdiensten nog aanwezig waren. Tot slot volgt uit de verklaringen van eiseres niet dat er een causaal verband zou bestaan tussen de gestelde inval en de politieke activiteiten van haar man. Dat verweerder een te zware bewijslast heeft gehanteerd door dit te stellen, volgt de rechtbank niet. In het voornemen heeft verweerder hierover weliswaar opgemerkt dat eiseres niet met zekerheid weet waarom de inval zou hebben plaatsgevonden, maar verweerder heeft dit gecorrigeerd in het bestreden besluit. Bovendien heeft verweerder haar mogen tegenwerpen dat zij heeft nagelaten te concretiseren waarom zij vermoedt dat de inval verband zou houden met deze activiteiten. Dit heeft verweerder dus ook niet hoeven te volgen.
4.2.
Verweerder heeft zich ook niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat niet valt in te zien dat eiseres nog tot 2015, een jaar na de gestelde inval, in Egypte heeft gewoond. In dit kader heeft verweerder betrokken dat zij enerzijds stelt te vrezen voor vervolging door de autoriteiten en anderzijds stelt dat zij ervan uitging dat de familieleden van politiek opposanten met rust werden gelaten. Ook heeft verweerder niet ten onrechte gesteld dat eiseres meermaals, namelijk in 2016, 2017 en 2021, is teruggekeerd naar Egypte om haar familie te bezoeken en dat dit afdoet aan de geloofwaardigheid van haar problemen in Egypte. De enkele, niet nader onderbouwde of geconcretiseerde, stelling van eiseres dat zij nog nooit had gehoord dat vrouwen van politiek opposanten werden vervolgd maar dat dit in 2021 veranderde, heeft verweerder niet hoeven te volgen.
4.3.
Gelet op het voorgaande, in samenhang bezien, heeft verweerder zich niet ten onrechte en deugdelijk gemotiveerd op het standpunt gesteld dat de problemen door de politieke activiteiten van eiseres en haar man in Egypte ongeloofwaardig zijn. Hetgeen verweerder haar verder heeft tegengeworpen, behoeft geen nadere bespreking. De beroepsgrond slaagt niet.
Geloofwaardigheid vierde relevante element
5. Eiseres betoogt verder dat verweerder zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de problemen in Egypte vanwege haar politieke activiteiten in Nederland ongeloofwaardig zijn. Verweerder heeft dit standpunt bovendien niet deugdelijk gemotiveerd.
5.1.
De rechtbank stelt voorop dat eiseres heeft verklaard dat zij in de negatieve belangstelling is komen te staan van de Egyptische autoriteiten naar aanleiding van een nieuwsartikel van TimeNews over een demonstratie in Den Haag tegen het regime. Eiseres heeft hieraan deelgenomen en zij is te zien op een foto bij dit artikel. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiseres hiermee niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij hierdoor in de aandacht van de Egyptische autoriteiten is komen te staan. Daarbij heeft verweerder onder meer kunnen betrekken dat haar naam in het desbetreffende nieuwsartikel niet wordt genoemd, zij geen organisator was of anderszins een prominente rol had aan de hand waarvan zij (makkelijk) is te identificeren. Daarnaast was het artikel in totaal slechts 886 bekeken (op 20 december 2023) en heeft daarmee een zeer beperkt bereik. Gelet hierop heeft verweerder niet ten onrechte geconcludeerd dat niet zonder meer valt in te zien dat de Egyptische autoriteiten hiervan op de hoogte zijn geraakt. De enkele, niet nader onderbouwde, stelling dat de Egyptische autoriteiten gebruik maken van geavanceerde technologie en zodoende op de hoogte konden zijn geraakt, heeft verweerder niet hoeven te volgen.
5.2.
Daarnaast heeft verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiseres algemeen en summier heeft verklaard over de inval in het ouderlijk huis en de ontvoeringen van haar broer. Hierover heeft eiseres slechts verklaard dat het huis is doorzocht, haar jongere zus is geslagen en dat naar de verblijfplaats van eiseres is gevraagd. Verweerder heeft eiseres mogen tegenwerpen dat zij niet inzichtelijk heeft gemaakt wat er tijdens deze inval nog meer zou zijn gebeurd. Verweerder stelt zich niet ten onrechte op het standpunt dat niet valt in te zien waarom haar familie niet zou hebben gevraagd waarom eiseres werd gezocht. Ook heeft verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat niet valt in te zien dat de Egyptische autoriteiten eerst haar broer in een café zouden ontvoeren, om vervolgens met hem naar het ouderlijk huis te gaan en daarbij aan de ouders niet te vertellen dat zij hun zoon hebben meegenomen, waarna zij weer met hem vertrekken. Verweerder heeft deze verklaringen niet ten onrechte aangemerkt als vaag en summier en heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat dit afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van het vierde relevante element. Verweerder heeft zich ook op het standpunt kunnen stellen dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat er een verband bestaat tussen het hiervoor genoemde nieuwsartikel en de inval in het ouderlijk huis.
5.3.
Verweerder heeft zich niet ten onrechte en deugdelijk gemotiveerd op het standpunt gesteld dat het vierde relevante element niet geloofwaardig is. De beroepsgrond slaagt niet.
Politiek opposant
6. Eiseres stelt zich op het standpunt dat verweerder ten onrechte heeft beoordeeld of zij op basis van haar politieke overtuiging door de Egyptische autoriteiten zal worden aangemerkt als politieke opposant. Dit is een onjuiste beoordeling, aldus eiseres. Verweerder had namelijk eerst moeten beoordelen wat haar politieke overtuiging inhoudt en hoe deze door de autoriteiten zal worden aangemerkt.
6.1.
Uit paragraaf C2/12.3.2 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc) volgt dat voor Egypte als risicoprofielen onder andere politieke opposanten/activisten zijn aangemerkt. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder in het bestreden besluit voldoende beoordeeld wat de politieke overtuiging van eiseres inhoudt. De rechtbank stelt vast dat verweerder bij de besluitvorming heeft betrokken dat eiseres in Egypte geen lid was van de FPJ, maar dat zij zich wel kon vinden in sommige van de plannen van de partij. Verweerder heeft ook onderzocht op welke wijze eiseres haar politieke overtuiging heeft geuit in Egypte. Tijdens het gehoor is eiseres hierover namelijk bevraagd en heeft zij, desgevraagd, verklaard niet te weten hoe zij zich zou moeten uiten als voorstander van de partij en dat niet gedaan te hebben. Daarnaast heeft verweerder bij de besluitvorming betrokken dat eiseres in Nederland deel heeft genomen aan in ieder geval één demonstratie en dat eiseres in het verleden haar man heeft ondersteund bij campagnes.
6.2.
Verweerder heeft in het bestreden besluit echter niet beoordeeld of en, zo ja, hoe eiseres zich bij terugkeer naar Egypte zou willen uiten, waarom zij zich op die manier wil uiten en wat de gevolgen daarvan zijn. De rechtbank wijst in dit verband op het arrest S. en A. van 21 september 2023 (ECLI:EU:C:2023:688) van het Hof van Justitie van de Europese Unie (het Hof). Op de zitting heeft verweerder ook erkend dat zij hierover niet is bevraagd tijdens de gehoren. Daarnaast heeft verweerder ook ten onrechte bij het bestreden besluit betrokken dat eiseres in 2021 legaal Egypte is uitgereisd, zodat niet valt in te zien dat zij in de negatieve belangstelling van de autoriteiten staat. Eiseres heeft namelijk verklaard dat haar man steekpenningen hiervoor heeft betaald. Verweerder heeft geen standpunt ingenomen over de geloofwaardigheid hiervan. De omstandigheid dat eiseres probleemloos Egypte zou hebben verlaten, kan dan ook niet zonder meer leiden tot de conclusie dat niet aannemelijk is dat eiseres heeft te vrezen voor vervolging door de autoriteiten. Het bestreden besluit is in zoverre onzorgvuldig voorbereid en niet deugdelijk gemotiveerd.
Conclusie en gevolgen
7. Het beroep is gegrond. De rechtbank zal het bestreden besluit vernietigen wegens strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
8. De rechtbank ziet geen mogelijkheid om de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten, omdat de hiervoor geconstateerde gebreken niet in de beroepsfase door verweerder zijn hersteld. De rechtbank zal ook niet zelf in de zaak voorzien, omdat het aan verweerder is en blijft om een asielrelaas op geloofwaardigheid en zwaarwegendheid te beoordelen. Ook ziet de rechtbank geen aanleiding voor het toepassen van een bestuurlijke lus. De rechtbank zal verweerder dan ook opdragen, met inachtneming van deze uitspraak, een nieuw besluit te nemen op de asielaanvraag van eiseres. Daarbij ligt het op de weg van verweerder om eiseres te horen over haar politieke overtuiging. Daarnaast dient eiseres te worden gehoord over de vraag of, en zo ja, hoe zij haar politieke overtuiging bij terugkeer in Egypte wil uiten en wat de gevolgen hiervan zouden zijn. Indien verweerder het standpunt dat eiseres Egypte probleemloos heeft verlaten bij de besluitvorming wil betrekken, ligt het op de weg van verweerder om eiseres ook daarover nader te bevragen.
9. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank het beroep in de zaak met het kenmerk NL23.38410 van de man van eiseres gegrond verklaard en verweerder in de proceskosten veroordeeld. De rechtbank merkt de beroepen aan als samenhangend als bedoeld in artikel 3 van het Besluit proceskosten bestuursrecht. Er bestaat daarom in dit geval geen aanleiding om verweerder afzonderlijk in de proceskosten van eiseres te veroordelen.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het bestreden besluit voor zover het ziet op de vrees die voortvloeit uit de politieke overtuiging van eiseres;
  • draagt verweerder op, met inachtneming van deze uitspraak, een nieuw besluit te nemen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.C. Harting, rechter, in aanwezigheid van mr. B. Tijssen, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.