ECLI:NL:RBDHA:2025:2547

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 februari 2025
Publicatiedatum
20 februari 2025
Zaaknummer
NL25.6594
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 Vreemdelingenwet 2000Art. 106 Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen bewaring en schadevergoeding wegens rechtmatigheid maatregel

Eiser, met de Turkse nationaliteit, werd op 21 december 2024 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel werd op 30 januari 2025 opgeheven nadat eiser was uitgezet. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van de bewaring en vorderde schadevergoeding.

De rechtbank stelde vast dat de maatregel tot 8 januari 2025 rechtmatig was, zoals eerder beoordeeld in een uitspraak van 14 januari 2025. De beoordeling richtte zich daarom op de periode vanaf die datum tot de opheffing. Eiser betoogde dat verweerder onvoldoende voortvarend had gehandeld, geen redelijke belangenafweging had gemaakt en ten onrechte geen lichter middel had toegepast vanwege zijn medische situatie en gezinsleven.

Uit de voortgangsrapportage bleek dat verweerder tijdig vertrekgesprekken voerde, snel een vlucht aanvroeg na akkoord van Turkse autoriteiten en de bewaring direct na uitzetting op 30 januari 2025 opheefde. De rechtbank vond geen concrete onderbouwing voor het toepassen van een lichter middel en oordeelde dat het voortduren van de bewaring niet onrechtmatig was.

Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.6594

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. D. Matadien),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft op 21 december 2024 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.
Verweerder heeft op 30 januari 2025 de maatregel van bewaring opgeheven.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en heeft het onderzoek op 17 februari 2025 gesloten.

Overwegingen

1. Eiser stelt de Turkse nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [datum] 1974.
2. Omdat de bewaring is opgeheven, beperkt de beoordeling zich in deze zaak tot de vraag of aan eiser schadevergoeding moet worden toegekend. In dit verband moet de vraag worden beantwoord of de tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring op enig moment voorafgaande aan de opheffing daarvan onrechtmatig is geweest. Op grond van artikel 106 van Pro de Vw kan de rechtbank indien de bewaring al is opgeheven vóór de behandeling van het verzoek om opheffing van de bewaring aan eiser een schadevergoeding ten laste van de Staat toekennen.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 14 januari 2025 [1] volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek op 8 januari 2025.
4. Eiser voert aan dat verweerder onvoldoende voortvarend heeft gehandeld. Verder is er geen redelijke belangenafweging geweest en is ten onrechte geen lichter middel toegepast, gelet op zijn medische problemen en gezinsleven.
De rechtbank oordeelt als volgt.
5. Uit het voortgangsrapport en het ingevulde Model M113 blijkt dat eiser op 30 januari 2025 is uitgezet en dat de bewaring direct daarna is opgeheven. Verder blijkt uit het rapport dat op 24 december 2024 en op 21 januari 2025 vertrekgesprekken zijn gevoerd met eiser en dat drie dagen na ontvangst van het akkoord vanuit de Turkse autoriteiten een vlucht is aangevraagd. Gelet hierop heeft verweerder voldoende voortvarend gewerkt aan het vertrek van eiser.
6. Niet is gebleken van feiten of omstandigheden op grond waarvan alsnog met een lichter middel had moeten worden volstaan. Eiser stelt dat medische omstandigheden en gezinsleven aanleiding hadden moeten zijn voor een lichter middel. Eiser heeft dit echter niet concreet onderbouwd.
7. Ook overigens kan niet worden gezegd dat het voortduren van de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig was.
8. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan op 20 februari 2025 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.