ECLI:NL:RBDHA:2025:2547
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen bewaring en schadevergoeding wegens rechtmatigheid maatregel
Eiser, met de Turkse nationaliteit, werd op 21 december 2024 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel werd op 30 januari 2025 opgeheven nadat eiser was uitgezet. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van de bewaring en vorderde schadevergoeding.
De rechtbank stelde vast dat de maatregel tot 8 januari 2025 rechtmatig was, zoals eerder beoordeeld in een uitspraak van 14 januari 2025. De beoordeling richtte zich daarom op de periode vanaf die datum tot de opheffing. Eiser betoogde dat verweerder onvoldoende voortvarend had gehandeld, geen redelijke belangenafweging had gemaakt en ten onrechte geen lichter middel had toegepast vanwege zijn medische situatie en gezinsleven.
Uit de voortgangsrapportage bleek dat verweerder tijdig vertrekgesprekken voerde, snel een vlucht aanvroeg na akkoord van Turkse autoriteiten en de bewaring direct na uitzetting op 30 januari 2025 opheefde. De rechtbank vond geen concrete onderbouwing voor het toepassen van een lichter middel en oordeelde dat het voortduren van de bewaring niet onrechtmatig was.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.