Eiseres, een Nigeriaanse vrouw, diende op 26 juli 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Spanje op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Spanje had een visum verleend en had het verzoek tot overname geaccepteerd.
Eiseres stelde dat het besluit onzorgvuldig was genomen, omdat zij geen volledige bedenktijd had gekregen als slachtoffer van mensenhandel en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Spanje niet meer kon gelden vanwege tekortkomingen in de bescherming van slachtoffers. De rechtbank oordeelde dat de bedenktijd niet van zijn nuttige werking was beroofd en dat verweerder terecht uitging van het vertrouwensbeginsel, mede ondersteund door recente jurisprudentie.
Verder voerde eiseres aan dat zij als slachtoffer bijzonder kwetsbaar is en dat het arrest Tarakhel van toepassing is, maar zij had onvoldoende onderbouwd dat aanvullende garanties nodig zijn. Ook stelde zij dat er bijzondere, individuele omstandigheden zijn (zoals haar relatie met een Nederlandse man en haar kwetsbare positie) die een behandeling van haar aanvraag in Nederland rechtvaardigen. De rechtbank vond dat verweerder deze omstandigheden terecht niet voldoende achtte.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak kan worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.