Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister ontving de aanvraag op 12 september 2024 en moest binnen zes maanden beslissen. Eiser stelde de minister op 15 oktober 2025 in gebreke, maar het beroep werd pas daarna ingediend, waardoor het beroep gegrond werd verklaard.
De rechtbank oordeelt dat de minister binnen acht weken na verzending van de uitspraak een nader gehoor moet afnemen over de asielmotieven van eiser en binnen acht weken daarna een besluit moet nemen. Voor elke dag dat de minister deze termijn overschrijdt, moet hij een dwangsom van € 100 betalen, met een maximum van € 15.000.
Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan eiser, vastgesteld op € 453,50, vanwege het inschakelen van professionele juridische hulp. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is openbaar bekendgemaakt op 15 december 2025.