ECLI:NL:RBDHA:2025:25527
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling
Eiser is sinds 26 oktober 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank heeft eerder de rechtmatigheid van deze maatregel bevestigd in een uitspraak van 7 november 2025. In het onderhavige beroep richt eiser zich tegen het voortduren van de bewaring en verzoekt tevens om schadevergoeding.
Eiser betoogt dat er geen zicht is op uitzetting naar Marokko, omdat geen concrete uitzettingshandelingen zijn verricht en de Marokkaanse autoriteiten om nieuwe vingerafdrukken hebben gevraagd zonder dat deze zijn opgestuurd. Ook stelt hij dat de minister onvoldoende voortvarend optreedt en geen belangenafweging heeft gemaakt ten gunste van eiser, ondanks zijn emotionele overbelasting.
De rechtbank oordeelt dat zicht op uitzetting wel bestaat, nu een laissez-passer aanvraag is ingediend en nieuwe vingerafdrukken zijn afgenomen en verzonden. Het uitzettingstraject is derhalve niet stilgevallen. De minister heeft bovendien meerdere malen schriftelijk gerappelleerd bij de Marokkaanse autoriteiten en vertrekgesprekken gevoerd met eiser, wat voldoende voortvarendheid toont.
Verder is de belangenafweging door de minister gemaakt en is eiser nog niet langer dan zes maanden in bewaring, zodat een verzwaarde belangenafweging niet vereist is. Eiser heeft geen bijzondere omstandigheden aangevoerd die een zwaarder gewicht aan zijn belangen rechtvaardigen. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.