Eiser heeft op 6 januari 2024 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel ingediend, die door de minister op 11 augustus 2025 werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser voerde aan dat hij Somalische nationaliteit bezit en dat hij vanwege bedreigingen van Al-Shabaab bescherming zoekt. Hij stelde dat het Tanzaniaanse paspoort waarmee hij naar Nederland reisde vals is en dat hij geen Tanzaniaanse nationaliteit heeft.
De minister stelde dat eiser met een Tanzaniaans paspoort een visum voor Nederland heeft verkregen, wat door biometrisch onderzoek in het EU-Vis werd bevestigd. De minister achtte de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser ongeloofwaardig, mede vanwege tegenstrijdige verklaringen van eiser over de verkrijging van het paspoort en het ontbreken van objectieve bewijsstukken.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht uitging van de Tanzaniaanse nationaliteit van eiser en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het paspoort vals was. De rechtbank vond dat de minister niet verplicht was nader onderzoek te doen naar de echtheid van het paspoort en dat de ingediende stukken geen andere conclusie rechtvaardigden.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de asielaanvraag bleef in stand. Eiser kreeg geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter J.M. Emaus en griffier I.S. Pruijn op 29 december 2025.