ECLI:NL:RBDHA:2025:25552
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling
De vreemdeling, met de Libische nationaliteit, was sinds 24 september 2025 onderworpen aan een maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde dat gewijzigde omstandigheden, waaronder zijn pogingen tot contact met IOM, mentale klachten en het ontbreken van zicht op uitzetting, maakten dat de bewaring onrechtmatig was geworden.
De rechtbank oordeelde dat de maatregel tot 14 november 2025 rechtmatig was en beoordeelde alleen het voortduren daarna. De stellingen van de vreemdeling werden niet onderbouwd met voldoende bewijs. Uit recente vertrekgesprekken bleek dat hij niet wenste mee te werken aan terugkeer. Ook was er volgens de rechtbank wel degelijk zicht op uitzetting binnen redelijke termijn, en handelde de overheid voldoende voortvarend.
De rechtbank vond geen aanleiding om de bewaring te beëindigen of te verzachten en wees het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.