ECLI:NL:RBDHA:2025:25578
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen uitspraak over niet-ontvankelijkheid bezwaarschrift in vreemdelingenzaak
In deze zaak heeft de rechtbank Den Haag op 30 december 2025 uitspraak gedaan over het verzet van de opposant tegen een eerdere uitspraak van 1 oktober 2025. De opposant had verzet ingesteld omdat zijn beroep tegen de niet-ontvankelijkheid van zijn bezwaarschrift ongegrond was verklaard. De rechtbank heeft het verzet behandeld op 3 december 2025, waarbij de opposant en zijn gemachtigde aanwezig waren, evenals de gemachtigde van de minister van Asiel en Migratie. De rechtbank heeft vastgesteld dat het bezwaarschrift van de opposant te laat was ingediend, aangezien de bezwaartermijn op 14 november 2024 was aangevangen. De rechtbank oordeelde dat de opposant zijn bezwaarschrift niet tijdig had ingediend en dat de vereenvoudigde behandeling van zijn beroep niet in strijd was met het recht op een eerlijk proces zoals vastgelegd in artikel 6 van het EVRM. De rechtbank concludeerde dat de gronden van het verzet niet slagen en dat de eerdere uitspraak in stand blijft. De rechtbank heeft geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling en verklaarde het verzet ongegrond.