ECLI:NL:RBDHA:2025:25578
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen vereenvoudigde behandeling intrekking verblijfsvergunning ongegrond verklaard
Opposant stelde verzet in tegen de uitspraak van 1 oktober 2025, waarin zijn beroep na vereenvoudigde behandeling kennelijk ongegrond werd verklaard. Het beroep betrof het niet-ontvankelijk verklaren van zijn bezwaarschrift tegen de intrekking van zijn verblijfsvergunning. De rechtbank oordeelde dat het bezwaarschrift te laat was ingediend en dat dit niet verschoonbaar was.
Opposant voerde aan dat de bezwaartermijn pas begon bij ontvangst van het besluit, dat hij pas op 24 maart 2025 ontving vanwege uitschrijving op het postadres wegens overbewoning. De rechtbank stelde dat het besluit rechtsgeldig was verstuurd naar het bij verweerder bekende adres en dat opposant nalatig was geweest zijn adreswijziging door te geven.
De rechtbank overwoog dat de vereenvoudigde behandeling geen schending van het recht op een eerlijk proces (art. 6 EVRM Pro) inhoudt, mede doordat verzet mogelijk is met zitting. Opposant bracht geen nieuwe feiten aan die de vereenvoudigde behandeling onrechtmatig maken.
Tenslotte wees de rechtbank het beroep op non-refoulement af omdat dit niet in het verzetschrift was aangevoerd en geen argumenten waren gegeven die terugkeer naar Angola onveilig maken. Het verzet werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bleef in stand.
Uitkomst: Het verzet tegen de vereenvoudigde behandeling van het beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.