Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser],
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Zitting hebben:
Procesverloop
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Poolse EU-onderdaan, is in bewaring gesteld om uitvoering te geven aan een verwijderingsbesluit dat bepaalt dat hij Nederland binnen een maand moet verlaten. De rechtbank stelt vast dat het verwijderingsbesluit onherroepelijk is en dat eiser op de hoogte is van de verplichting tot vertrek. Verweerder heeft de bewaring gerechtvaardigd op basis van het risico dat eiser zich aan toezicht onttrekt en de uitzettingsprocedure belemmert.
Eiser betoogt dat verweerder een refoulementbeoordeling had moeten maken vanwege zijn medische situatie, maar de rechtbank oordeelt dat hier geen aanwijzingen voor zijn. De rechtbank bevestigt dat de bewaringsrechter verplicht is te toetsen of artikel 4 van Pro het Handvest van de Grondrechten de uitvoering van het verwijderingsbesluit in de weg staat. In dit geval is vastgesteld dat dit niet het geval is.
De rechtbank concludeert dat de maatregel rechtmatig is opgelegd en uitgevoerd en dat er een redelijk vooruitzicht op verwijdering bestaat. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring ter effectuering van het verwijderingsbesluit wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.