ECLI:NL:RBDHA:2025:25602

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 oktober 2025
Publicatiedatum
31 december 2025
Zaaknummer
NL25.28271
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 28 VwArt. 31 VwArt. 6:22 AwbArt. 4 Kwalificatierichtlijn
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag Somalische vrouw wegens ongeloofwaardig asielrelaas

Eiseres, een Somalische vrouw die vijf keer gehuwd is geweest, vreesde bij terugkeer naar Somalië voor eerwraak en religieus gemotiveerd geweld vanwege een gemengd huwelijk en haar status als alleenstaande vrouw. Zij diende een asielaanvraag in die door de minister werd afgewezen wegens onvoldoende geloofwaardigheid van haar asielmotieven.

De rechtbank oordeelt dat de minister de afwijzing gemotiveerd heeft en dat eiseres onvoldoende concreet heeft betwist dat haar verklaringen summier, wisselend en ongerijmd zijn. De rechtbank volgt de minister in de beoordeling dat het verzwaarde toetsingskader correct is toegepast, de samenwerkingsverplichting is nageleefd en dat het ontbreken van aanvullend medisch onderzoek terecht is.

Hoewel de rechtbank een motiveringsgebrek constateert over de beoordeling van eiseres als alleenstaande vrouw, leidt dit niet tot een andere uitkomst. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en veroordeelt de minister tot vergoeding van de proceskosten van eiseres.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.28271
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], V-nummer: [V-nummer] , eiseres
(gemachtigde: mr. S.R. Kwee),
en

de Minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. M. Berkelmans).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres als bedoeld in artikel 28 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft op 21 juli 2023 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Zij stelt dat zij de Somalische nationaliteit heeft en dat zij is geboren op [1993] . De minister heeft met het bestreden besluit van 20 juni 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 7 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, L. Warsame als tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas
3. Eiseres legt aan haar asielaanvraag het volgende ten grondslag. Zij is in totaal vijf keer gehuwd. Het eerste huwelijk was een gedwongen huwelijk. Met ieder van de eerste vier huwelijkspartners heeft eiseres een kind gekregen. Steeds nadat zij een kind kreeg, werd zij in de steek gelaten door deze mannen. Het vijfde en laatste huwelijk is gesloten in april 2023 met [vijfde echtgenoot] (hierna: de vijfde echtgenoot). De vijfde echtgenoot behoorde tot de Boon-stam, dat een lagere stam is dan de stam van eiseres. De vier halfbroers van eiseres keurde dit gemengde huwelijk af en hebben eiseres mishandeld. Eiseres is daarbij verwond geraakt, maar heeft weten te ontkomen. Ook de vijfde echtgenoot van eiseres is hierbij ontkomen. Aan deze mishandeling heeft eiseres een litteken op haar been overgehouden. Verder is eiseres ook telefonisch bedreigd door haar vierde ex-echtgenoot, die ook op de hoogte was geraakt van het gemengde huwelijk. Hij was van eiseres gescheiden en had haar eerder verstoten, maar hij heeft dat teruggedraaid. Daarom heeft hij eiseres beschuldigd van overspel en gezegd dat zij gestenigd moest worden. In juli 2023 is eiseres vertrokken uit Somalië. Zij heeft geen contact meer met haar vijfde echtgenoot en evenmin met haar moeder, bij wie haar vier minderjarige kinderen verblijven. Bij terugkeer naar Somalië vreest eiseres voor eerwraak en religieus gemotiveerd geweld van haar vier halfbroers en van haar vierde ex-echtgenoot. Ook vreest eiseres bij terugkeer naar Somalië omdat zij een alleenstaande vrouw is.

Het bestreden besluit

4. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende relevante asielmotieven:
  • identiteit, nationaliteit en herkomst;
  • het laatste huwelijk en de daaruit voortvloeiende problemen.
5. De minister stelt zich in het bestreden besluit op het standpunt dat het asielmotief onder (1) geloofwaardig is. Het asielmotief onder (2) acht de minister niet geloofwaardig omdat dit asielmotief niet volledig is onderbouwd met objectieve documenten en omdat de verklaringen van eiseres over dit asielmotief volgens de minister geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. De minister legt daaraan ten grondslag dat eiseres summier, wisselend, ongerijmd en/of tegenstrijdig heeft verklaard over de reden dat zij in het geheim trouwde met haar vijfde echtgenoot, over hoe haar vier halfbroers hoorden van dit vijfde gemengde huwelijk, over de mishandeling en de verwondingen, over de problemen met haar vierde ex-echtgenoot en over de vlucht en het contact met haar vijfde ex-echtgenoot en met haar moeder.

De beroepsgronden van eiseres en het oordeel van de rechtbank daarover

Over de verwijzing naar de zienswijze en naar de verklaringen uit het nader gehoor
6. Eiseres voert allereerst aan dat haar zienswijze in beroep als herhaald en ingelast moet worden beschouwd. Tijdens de zitting heeft eiseres verder meerdere keren onderdelen uit haar asielrelaas herhaald en aangevoerd dat haar asielrelaas wél geloofwaardig is. Ook heeft zij de rechtbank verzocht om goed te kijken of het terecht is dat de minister haar asielrelaas ongeloofwaardig heeft geacht.
6.1.
De rechtbank stelt vast dat de minister in het bestreden besluit gemotiveerd heeft gereageerd op wat eiseres in de zienswijze heeft aangevoerd. Met het enkele verzoek om de zienswijze als herhaald en ingelast te beschouwen én met de herhaling van verklaringen uit het nader gehoor, heeft eiseres in beroep de concrete argumenten van de minister niet gemotiveerd betwist. Het is niet aan de rechtbank om het standpunt van de minister volledig te toetsen, maar het is aan (de gemachtigde van) eiseres om uit te leggen op welke gronden zij het niet eens is met het bestreden besluit. Voor zover sprake is van een beroepsgrond slaagt deze niet.
Over de geloofwaardigheidsbeoordeling onder Werkinstructie 2024/6
7. Eiseres voert vervolgens aan dat de minister bij de geloofwaardigheidsbeoordeling ten onrechte het verzwaarde toetsingskader van artikel 31, zesde lid, van de Vw heeft toegepast. De asielaanvraag van eiseres dateert van twee jaar geleden en daarmee van vóór de invoering van het verzwaarde toetsingskader. Door de toepassing van het nieuwe kader is eiseres benadeeld. Het is voor eiseres namelijk onmogelijk om objectieve bewijsstukken in te dienen ter onderbouwing van haar asielaanvraag. Ook heeft de minister onvoldoende toepassing gegeven aan de samenwerkingsverplichting en de geloofwaardigheid van het asielmotief onvoldoende welwillend beoordeeld.
7.1.
De rechtbank verwijst allereerst naar de uitspraak van de meervoudige kamer van deze rechtbank en zittingsplaats van 10 juni 2025 (ECLI:NL:RBDHA:2025:10057). Hierin is geoordeeld dat er geen grond bestaat voor het oordeel dat toepassing van de geloofwaardigheidsbeoordeling zoals neergelegd in Werkinstructie (WI) 2024/6, in iedere zaak zonder meer leidt tot een met het Unierecht strijdige geloofwaardigheidsbeoordeling. De geloofwaardigheidsbeoordeling is gebaseerd op de voorwaarden vermeld in artikel 4, vijfde lid, van de Kwalificatierichtlijn, die zijn geïmplementeerd in artikel 31, zesde lid, van de Vw, en bevat veel punten die ook al werden betrokken in de geloofwaardigheidsbeoordeling zoals neergelegd in WI 2014/10. Dat de minister bij de geloofwaardigheidsbeoordeling onder WI 2024/6 allereerst beoordeelt of reeds voldoende objectieve bewijsstukken zijn ingediend om het aan de orde zijnde asielmotief alleen al daarom aannemelijk te achten, maakt op zichzelf niet dat sprake is van een verhoging van de bewijsmaatstaf, zolang maar in de beoordeling erna alle verklaringen van de vreemdeling, al het overgelegde bewijsmateriaal en alle overige omstandigheden worden betrokken en in samenhang worden beoordeeld. Hoewel er situaties denkbaar zijn waarin de toepassing van de WI 2024/6 tot een beoordeling kan leiden die in strijd is met artikel 4 van Pro de Kwalificatierichtlijn, zullen dergelijke situaties zich om uiteenlopende redenen niet in iedere zaak voordoen. Daarbij is ook van belang hoe WI 2024/6 in individuele asielbesluiten haar weerslag vindt. De rechtbank zal dus in iedere afzonderlijke asielzaak, aan de hand van de beroepsgronden, moeten toetsen of de minister alle relevante aspecten heeft betrokken en voldoende is gemotiveerd waarom het asielrelaas ongeloofwaardig is. Voor zover eiseres heeft aangevoerd dat er sprake is van een verzwaard toetsingskader omdat de minister ten onrechte verlangt dat eiseres haar asielmotief kan onderbouwen met objectieve bewijsstukken, volgt de rechtbank eiseres daarin gelet op het voorgaande niet. Uit het bestreden besluit blijkt dat de minister enkel (neutraal) heeft vastgesteld dát het asielmotief niet al geloofwaardig kan worden geacht op basis van objectieve documenten en dat de minister vervolgens de geloofwaardigheid heeft beoordeeld aan de hand van de verklaringen van eiseres, zoals de minister ook onder WI 2014/10 gedaan zou hebben. Voor zover eiseres heeft aangevoerd dat er onder de geloofwaardigheidsbeoordeling onder WI 2024/6 geen samenwerkingsverplichting meer geldt, volgt de rechtbank eiseres daarin evenmin. De samenwerkingsverplichting geldt nog steeds op grond van artikel 31, tweede lid, van de Vw en is uitgewerkt in WI 2024/6. De minister heeft dit ter zitting bevestigd. De beroepsgrond slaagt niet.
Over het referentiekader van eiseres
8. Eiseres voert verder aan dat zij een zeer eenvoudige achtergrond heeft. Ze is ongeschoold en analfabeet. Verder heeft zij een traumatisch leven gehad. De minister heeft hier volgens eiseres onvoldoende rekening mee gehouden bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van haar asielrelaas.
8.1.
De rechtbank is van oordeel dat de minister blijkens het bestreden besluit en het daarin ingelaste voornemen voldoende rekening heeft gehouden met het referentiekader van eiseres. Uit het besluit en voornemen blijkt namelijk dat de minister heeft gemotiveerd dat eiseres beperkingen heeft ten aanzien van opleiding en taal, maar dat de minister wel verwacht dat zij over ingrijpende gebeurtenissen, die de kern van haar asielrelaas betreffen - zoals de reden om het vijfde huwelijk geheim te houden en de mishandeling - consistent kan verklaren. De rechtbank volgt de minister hierin. De beroepsgrond slaagt niet.
Over het aanvullend horen
9. Eiseres voert vervolgens aan dat de minister haar aanvullend had moeten horen over haar asielrelaas.
9.1.
De rechtbank heeft eiseres tijdens de zitting gevraagd op welke punten zij aanvullend gehoord had willen worden en wat zij nog aanvullend had willen verklaren. In reactie hierop heeft eiseres volgens haar essentiële verklaringen uit het nader gehoor voorgelezen en dus herhaald. Zij heeft daarnaast aangevoerd dat als de minister de verklaringen van eiseres niet reeds geloofwaardig acht op basis van de verklaringen die zij tijdens het nader gehoor heeft afgelegd, hij eiseres aanvullend had moeten horen. Tijdens dat gehoor had eiseres meer kunnen verklaren over haar positie als alleenstaande vrouw, over het litteken en over de aanval door de halfbroers, aldus eiseres. De rechtbank is van oordeel dat eiseres hiermee onvoldoende concreet heeft uitgelegd welke informatie er tijdens het nader gehoor vanuit haar is gemist, wat zij hierover nog aanvullend zou willen verklaren en hoe dit een andere blik zou kunnen werpen op de concrete tegenwerpingen van de minister op de door eiseres genoemde punten. De beroepsgrond slaagt niet.
Over het litteken van eiseres en het doen van nader onderzoek hiernaar
10. Eiseres voert verder aan dat zij het litteken op haar been al tijdens het verhoor bij de Avim heeft getoond en dat de minister dit heeft miskend. Het litteken is het medisch steunbewijs op het lichaam van eiseres van de mishandeling. In het kader van de samenwerkingsverplichting had de minister hiernaar nader onderzoek moeten doen.
10.1.
De rechtbank stelt vast dat de minister in het bestreden besluit het standpunt heeft ingenomen dat de verklaringen van eiseres over de mishandeling en de verwondingen summier en ontoereikend zijn. Eiseres heeft namelijk onvoldoende verklaard over de locatie en datum van de mishandeling, de aard van de verwondingen en over de naam, locatie en het tijdstip van de medische hulp die zij in verband met de mishandeling ontvangen zou hebben. Tijdens de zitting heeft de minister desgevraagd het standpunt ingenomen dat dit voorbeelden zijn van summiere verklaringen en dat het voorbeeld met betrekking tot de locatie van de mishandeling vervalt, omdat uit het nader gehoor blijkt dat eiseres heeft verklaard dat de mishandeling plaatsvond in haar eigen huis. De minister heeft toegelicht dat de overige voorbeelden blijven staan en voldoende dragend zijn om de mishandeling en de verwondingen en de toedracht daarvan ongeloofwaardig te achten. De minister heeft verder aangevuld dat uit de verklaringen van eiseres evenmin duidelijk is geworden hoe de mishandeling heeft plaatsgevonden en hoe eiseres vervolgens is ontsnapt en dat dit ook voorbeelden zijn van summiere verklaringen over dit onderdeel van het asielrelaas. De rechtbank is van oordeel dat eiseres de concrete tegenwerpingen van de minister ten aanzien van de verklaringen over de mishandeling en de verwondingen niet gemotiveerd heeft betwist. Het standpunt van de minister dat eiseres summier heeft verklaard over de mishandeling en de verwondingen blijft daarom overeind. Gelet daarop volgt de rechtbank de minister in diens standpunt dat er voor de minister geen aanleiding bestaat om forensisch medisch onderzoek in te stellen, omdat is gesteld noch gebleken dat de uitkomst van zo’n onderzoek tot een andere uitkomst zou kunnen leiden. De beroepsgrond slaagt niet.
Over het (verbroken) contact met de vijfde echtgenoot en de moeder van eiseres
11. Eiseres voert aan dat de minister ten onrechte aan haar heeft tegengeworpen dat zij ongerijmd heeft verklaard over het contact met haar vijfde echtgenoot en met haar moeder. Eiseres heeft verklaard dat zij haar telefoon in Somalië kwijt is geraakt en het daarom onmogelijk voor haar is om in contact te treden met haar vijfde echtgenoot en met haar moeder.
11.1.
De rechtbank stelt vast de minister in het bestreden besluit het standpunt heeft ingenomen dat niet valt in te zien dat eiseres geen contact heeft opgenomen met haar vijfde echtgenoot en met haar moeder. Tijdens de zitting heeft de rechtbank de minister gevraagd hoe deze tegenwerping zich verhoudt tot de verklaring van eiseres dat zij haar telefoon al in Somalië is kwijtgeraakt en tot het standpunt van de minister dat het huwelijk met de vijfde echtgenoot op zichzelf ongeloofwaardig is geacht. Hierop heeft de minister de tegenwerping in het bestreden besluit dat eiseres ongerijmd heeft verklaard over het contact met haar vijfde man en met haar moeder laten vallen. Gelet op al hetgeen de rechtbank hiervoor in deze uitspraak heeft overwogen en geoordeeld, volgt de rechtbank de minister in diens standpunt dat er voldoende argumenten van de minister overeind blijven om het vijfde huwelijk en de daaruit voortvloeiende problemen ongeloofwaardig te achten. Hoewel eiseres dus terecht heeft aangevoerd dat het standpunt van de minister met betrekking tot het contact met de vijfde echtgenoot en met moeder onjuist is, leidt dit onder de streep niet tot een andere uitkomst van de geloofwaardigheidsbeoordeling.
Over het betrekken van algemene informatie in de geloofwaardigheidsbeoordeling
12. Eiseres voert vervolgens aan dat de minister hetgeen bekend is over de Somalische cultuur niet of onvoldoende heeft betrokken bij de beoordeling van de geloofwaardigheid. Asielmotieven dienen eerder geloofwaardig te worden geacht als deze passend zijn in het licht van de algemene situatie. Eiseres heeft in de zienswijze verwezen naar gezaghebbende bronnen. Daaruit blijkt onder meer dat gemengde huwelijken met iemand van de Boon-stam niet worden goedgekeurd in de heersende cultuur. De minister heeft in het bestreden besluit ten onrechte het standpunt ingenomen dat deze algemene informatie niet relevant is in het kader van de geloofwaardigheidsbeoordeling maar slechts in het kader van de risico- inschatting en de zwaarwegendheidsbeoordeling.
12.1.
De rechtbank volgt eiseres in zoverre in haar standpunt dat algemene informatie wel degelijk relevant kan zijn in het kader van de geloofwaardigheidsbeoordeling en niet alleen in het kader van de risico-inschatting en de zwaarwegendheidsbeoordeling. De rechtbank verwijst in dat kader naar artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vw waarin staat dat de verklaringen van de vreemdeling niet alleen samenhangend en aannemelijk dienen te zijn maar ook niet in strijd dienen te zijn met beschikbare algemene en specifieke informatie die relevant is voor de aanvraag. Ook uit de WI 2024/6 volgt dat behalve interne geloofwaardigheidsindicatoren in het kader van de geloofwaardigheidsbeoordeling ook informatie van anderen en informatie van andere objectieve bronnen kan worden betrokken. De rechtbank kan de minister echter volgen in diens toelichting tijdens de zitting, dat de enkele omstandigheid dat de gestelde gebeurtenissen passen in het beeld dat uit algemene informatie naar voren komt, in dit specifieke geval onvoldoende is om het asielrelaas alsnog geloofwaardig te achten. Immers, het standpunt van de minister dat de individuele verklaringen van eiseres summier, ongerijmd en wisselend zijn, blijft overeind. Hoewel eiseres dus terecht heeft aangevoerd dat algemene informatie wel betrokken kan worden in de geloofwaardigheidsbeoordeling, leidt (ook) dit onder de streep niet tot een andere uitkomst.
13. Eiseres voert vervolgens aan dat zij een alleenstaande, verstoten vrouw is, die vier kinderen heeft bij vier verschillende mannen. Haar vijfde echtgenoot is spoorloos. Alleen al op basis hiervan heeft eiseres bij terugkeer te vrezen voor vervolging dan wel voor een onmenselijke behandeling en hiertegen kan zij geen bescherming krijgen van de Somalische autoriteiten.
13.1.
De rechtbank stelt vast dat de minister in het bestreden besluit het standpunt heeft ingenomen dat eiseres niet kan worden beschouwd als ‘alleenstaande vrouw’ als bedoeld in paragraaf C7/30.3.2. van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc) omdat eiseres contact heeft met haar moeder en ook contact met haar vijfde echtgenoot kan krijgen. Tijdens de zitting heeft de minister desgevraagd naar voren gebracht dat het contact met haar moeder en de vijfde echtgenoot niet langer wordt tegengeworpen omdat uit de verklaringen van eiseres blijkt dat zij haar telefoon kwijt is geraakt in Somalië. Omdat daarmee de motivering van de minister dat eiseres geen ‘alleenstaande vrouw’ is in de zin van het beleid volledig wegvalt, bevat het bestreden besluit een motiveringsgebrek. De rechtbank ziet aanleiding om dit gebrek te passeren met toepassing van artikel 6:22 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, omdat aannemelijk is dat eiseres door het gebrek niet is benadeeld. Tijdens de zitting heeft de minister het standpunt ingenomen dat eiseres nog steeds niet voldoet aan de voorwaarden om te worden aangemerkt als ‘alleenstaande vrouw’ nu zij wel grootfamilie heeft in Somalië. Niet alleen haar moeder en kinderen verblijven daar, maar in dit verband is met name relevant dat de vier halfbroers van eiseres daar verblijven. Eiseres stelt weliswaar te vrezen voor deze broers, maar naar het oordeel van de rechtbank mocht de minister die vrees ongeloofwaardig achten. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de minister niet ten onrechte het standpunt heeft ingenomen dat eiseres niet voldoet aan de voorwaarde om te worden aangemerkt als ‘alleenstaande vrouw’ in de zin van voornoemd beleid omdat uit haar relaas blijkt dat zij in Somalië grootfamilie heeft. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

14. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd krijgt.
14.1.
Gelet op het in rechtsoverweging 13.1. geconstateerde gebrek ziet de rechtbank aanleiding om de minister te veroordelen in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.814,- (1 punt voor het indienen van een beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep ongegrond;
  • veroordeelt de minister in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.814,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.E.M. van Abbe, rechter, in aanwezigheid van mr. E. Kersten, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
17 oktober 2025

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.