ECLI:NL:RBDHA:2025:25605
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang bij aanvraag verblijfsdocument EU/EER
Eiseres, een Amerikaanse staatsburger, diende een aanvraag in voor een verblijfsdocument EU/EER vanwege verblijf bij haar schoonzoon in Nederland. De minister wees de aanvraag af omdat eiseres niet ten laste kwam van haar referent en onvoldoende bewijs leverde van noodzakelijke materiële ondersteuning en samenwoning. Tevens werd gewezen op het niet melden van inkomsten en pensioenuitkering.
Na behandeling van het beroep op zitting bleek dat eiseres Nederland zelfstandig had verlaten en teruggekeerd was naar de Verenigde Staten. Dit leidde tot twijfel over het procesbelang van het beroep, aangezien het EU-verblijfsrecht alleen geldt indien de betrokkene zich daadwerkelijk in Nederland bevindt, met uitzondering van tijdelijk afwezig zijn.
De rechtbank oordeelde dat het doel van het beroep, namelijk het verkrijgen van een verblijfsdocument, niet kan worden bereikt zolang eiseres zich niet in Nederland bevindt. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang. Eiseres werd vrijgesteld van griffierecht wegens betalingsonmacht en kreeg geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang omdat eiseres Nederland heeft verlaten en zich niet in Nederland bevindt.