ECLI:NL:RVS:2022:2927
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schulddienstverlening en uitsluiting nieuwe schuldregeling wegens niet-melden inkomsten
Appellanten hadden in 2018 een schuldregeling via de Minnelijke Schuldsanering Natuurlijke Personen (MSNP) getroffen. Na een hercontrole in oktober 2020 stelde het college vast dat zij € 22.073,04 aan inkomsten niet hadden gemeld, wat een schending van hun afdracht- en inlichtingenverplichtingen vormde. Daarom beëindigde het college in april 2021 de schulddienstverlening en sloot appellanten voor drie jaar uit van nieuwe schuldregelingen.
Appellanten maakten bezwaar, dat werd afgewezen, en de rechtbank verklaarde hun beroep niet-ontvankelijk omdat zij geen belang hadden bij voortzetting van de schuldregeling. In hoger beroep betoogden zij dat de wet- en regelgeving rond MSNP conflicteert en dat het college onterecht het MSNP-traject was aangegaan in plaats van een traject op grond van de Wet schuldsanering natuurlijke personen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellanten geen actueel en reëel procesbelang meer hebben bij inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep. Appellant B is verhuisd en valt niet meer onder het college, en appellant A heeft een nieuwe aanvraag ingediend. De Afdeling bevestigt daarom het besluit van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van de schulddienstverlening wordt bevestigd.