ECLI:NL:RBDHA:2025:25613
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag van een staatloze Palestijn uit Libanon wegens kennelijke ongegrondheid en onvoldoende onderbouwing van asielmotieven
In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 17 december 2025 uitspraak gedaan in een asielprocedure van een staatloze Palestijn afkomstig uit Libanon. De eiser had op 14 februari 2023 een asielaanvraag ingediend, die op 11 juli 2025 door de minister van Asiel en Migratie als kennelijk ongegrond werd afgewezen. De rechtbank heeft de zaak behandeld, waarbij de eiser werd bijgestaan door zijn gemachtigde en een tolk aanwezig was. De rechtbank oordeelde dat de minister terecht had geoordeeld dat de asielmotieven van de eiser niet geloofwaardig waren. De eiser had verklaard dat hij in Libanon was gevlucht vanwege een schietincident met een kennis, maar de rechtbank vond zijn verklaringen inconsistent en onvoldoende onderbouwd. De rechtbank concludeerde dat de eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij bij terugkeer naar Libanon een reëel risico op ernstige schade zou lopen. De rechtbank heeft de afwijzing van de asielaanvraag door de minister bevestigd en het beroep van de eiser ongegrond verklaard. Tevens werd er geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.