ECLI:NL:RBDHA:2025:2571
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Emaus-Visschers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Ghana wegens onvoldoende geloofwaardigheid en veilig land van herkomst
Eiser, van Ghanese nationaliteit, verzocht op 8 oktober 2024 om asiel vanwege bedreigingen en aanvallen door een familielid na het erven van een winkel. De minister wees de aanvraag op 29 november 2024 af als kennelijk ongegrond, omdat Ghana als veilig land van herkomst geldt en het verhaal over de aanvallen onvoldoende geloofwaardig werd geacht.
De rechtbank behandelde het beroep op 22 januari 2025, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet verschenen. De rechtbank oordeelde dat de minister terecht alleen de identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig achtte en dat het tweede asielelement, de problemen met de oom, ongeloofwaardig was vanwege het ontbreken van bewijs en de onlogische verklaringen van eiser.
Eiser stelde dat de minister onvoldoende rekening hield met zijn referentiekader en dat Ghana niet als veilig land van herkomst mocht worden beschouwd vanwege corruptie in de rechterlijke macht. De rechtbank verwierp deze bezwaren, stellende dat de minister niet verplicht is het referentiekader in elke beslissing te motiveren en dat de corruptieproblematiek niet relevant is voor eiser gezien zijn omstandigheden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waardoor de afwijzing van de asielaanvraag in stand blijft. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Eiser kan binnen een week hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de afwijzing blijft in stand.