ECLI:NL:RBDHA:2025:25718
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure na afwijzing verblijfsvergunning
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister is afgewezen in een verlengde procedure op 1 augustus 2025.
Tegen deze afwijzing is beroep ingesteld en tegelijkertijd is een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend bij de voorzieningenrechter. De zitting vond plaats op 4 november 2025, waarbij de gemachtigde van de minister aanwezig was, maar verzoeker en zijn gemachtigde waren afwezig.
De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat nu op het beroep zelf uitspraak is gedaan (zaaknummer NL25.36973), een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is en wijst het verzoek om die reden af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 9 december 2025 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op het beroep zelf inmiddels uitspraak is gedaan.