“Zorgen omgang:
[minderjarige] is op de volgende momenten bij vader:
Zaterdag van 18:30 uur tot dinsdag 17:00 uur.
Overige dagen is zij bij de moeder.
Vader haalt [minderjarige] op zaterdag 18:30 uur op en brengt
[minderjarige] dinsdagochtend naar school en moeder haalt
[minderjarige] s’middags van de BSO.
Indien zij op dinsdag niet naar de BSO gaat brengt vader
[minderjarige] om 17:00 uur bij de moeder
(…)
Het verblijf van [minderjarige] tijdens feestdagen:
Kerstdagen: dit wordt besloten elk jaar in de derde week van
november. Als er geen andere afspraak wordt gemaakt is
[minderjarige] de eerste kerstdag bij vader en de tweede kerstdag
bij moeder.
Oud en nieuw: Het ene jaar oudjaarsavond bij de ene ouder,
andere jaar wisselen zij dit af. Beginnend met 2022-2023 bij
vader. De andere ouder mag [minderjarige] op nieuwjaarsdag wel
zien/bellen/ Facetimen indien gewenst.
Moederdag: Op Moederdag is [minderjarige] bij de moeder.
Verjaardag [minderjarige] : De ouder bij wie [minderjarige] op die dag is
geeft de andere ouder de kans [minderjarige] te bellen/ Facetimen.
Zomervakanties: Deze worden in twee gedeeld. Het ene jaar
is [minderjarige] de eerste drie weken bij de moeder en de laatste
drie weken bij de vader. In 2022 is [minderjarige] de eerste drie
weken bij de moeder en vervolgens draaien zij dit jaarlijks
om.
Overige vakanties: Dit kan in onderling overleg verdeeld
worden.”
Beoordeling
Zorgregeling
Wettelijke kader
Op grond van het eerste lid van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW) kunnen in geval van gezamenlijke uitoefening van het gezag geschillen hierover op verzoek van de ouders of van een van hen aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.