Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2025:25819

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 december 2025
Publicatiedatum
4 januari 2026
Zaaknummer
C/09/694193 / FA RK 25-8380
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4 lid 2 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing uitsluitend gebruik woning en voorlopige alimentatie bij echtscheiding

De rechtbank Den Haag behandelde op 27 november 2025 het verzoek van de vrouw om voorlopige voorzieningen in het kader van een echtscheidingsprocedure. De vrouw verzocht om het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning, toewijzing van de minderjarige kinderen aan haar, en vaststelling van voorlopige partner- en kinderalimentatie. De man was op de zitting niet verschenen, maar was correct opgeroepen.

De vrouw stelde dat de man een alcoholprobleem heeft en agressief gedrag vertoont, met een escalatie op 11 oktober 2025 waarbij de politie de man uit de woning verwijderde. De vrouw en kinderen verbleven sindsdien veilig in de woning. De rechtbank achtte het belang van de vrouw en kinderen gediend met het toewijzen van het uitsluitend gebruik van de woning aan de vrouw en de toevertrouwing van de kinderen aan haar.

De vrouw stelde dat zij een laag inkomen heeft en de man een hoger inkomen, en verzocht om voorlopige alimentatie. De man voerde geen verweer. De rechtbank stelde de partneralimentatie vast op €100 per maand en de kinderalimentatie op €200 per maand per kind, telkens bij vooruitbetaling te voldoen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en werd uitgesproken op 11 december 2025.

Uitkomst: De vrouw krijgt het uitsluitend gebruik van de woning en de kinderen worden aan haar toevertrouwd met voorlopige alimentatieverplichtingen voor de man.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-8380
Zaaknummer: C/09/694193
Datum beschikking: 4 december 2025

Voorlopige voorzieningen

Beschikking op het op 6 november 2025 ingekomen verzoek van:

[de vrouw],

de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J. Celen te Rijswijk.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man],

de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van het verzoekschrift en van het bericht van 27 november 2025 van de zijde van de vrouw.
De minderjarige [minderjarige 1] is in de gelegenheid gesteld om haar mening te geven over het verzoek.
Op 27 november 2025 is de zaak ter zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de vrouw, bijgestaan door haar advocaat en D. Kozuev als tolk in de Bulgaarse taal;
  • [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
De man is niet op de zitting verschenen. De man is op de juiste manier voor de zitting opgeroepen, op het adres waarop hij volgens de Basisregistratie personen (Brp) ingeschreven staat. Tijdens de zitting heeft de vrouw aangegeven dat zij de man via familieleden op de hoogte heeft gebracht van de zitting en dat zij hem voor de zitting nog telefonisch heeft gesproken. De man heeft volgens de vrouw aangegeven dat hij niet op de zitting zou verschijnen.

Feiten

  • De man en de vrouw zijn met elkaar gehuwd op [datum] 2016.
  • Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2016 te [geboorteplaats], en
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2018 te [geboorteplaats].
- Blijkens de uittreksels uit de Brp heeft de vrouw de Bulgaarse nationaliteit en heeft de man de Turkse nationaliteit.

Verzoek en verweer

Het verzoek van de vrouw strekt ertoe dat:
  • de vrouw gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan het adres [adres] te ([postcode]) [plaats];
  • de minderjarige kinderen van partijen aan de vrouw worden toevertrouwd;
  • een door de man aan de vrouw te betalen voorlopige partneralimentatie van € 100,- per maand wordt vastgesteld, met ingang van de datum van de beschikking, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
  • een door de man aan de vrouw te betalen voorlopige kinderalimentatie van € 200,- per maand per kind wordt vastgesteld, met ingang van de datum van de beschikking, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
  • dan wel een beslissing te nemen die de rechtbank in goede justitie juist acht;
een en ander met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De man heeft geen verweer gevoerd.

Beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht
Op grond van artikel 4, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is met de bevoegdheid van de Nederlandse echtscheidingsrechter steeds ook de bevoegdheid tot het treffen van voorlopige en bewarende maatregelen gegeven, voor zover die verband houden met de echtscheiding. Omdat zowel de man als de vrouw hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben, komt de Nederlandse rechter met betrekking tot het verzoek tot echtscheiding rechtsmacht toe, en daarom ook ten aanzien van het verzoek tot het treffen van voorlopige voorzieningen. De rechtbank past in deze voorlopige voorzieningenprocedure Nederlands recht toe.
Uitsluitend gebruik echtelijke woning en toevertrouwing minderjarige kinderen
De vrouw verzoekt het uitsluitend gebruik van de woning aan haar toe te wijzen en de kinderen aan haar toe te vertrouwen. Ter onderbouwing van haar verzoek heeft de vrouw gesteld dat de man een alcoholprobleem heeft en agressief gedrag vertoont. Op 11 oktober 2025 is de situatie geëscaleerd, waarbij de vrouw zich genoodzaakt heeft gevoeld om zichzelf en de kinderen voor de veiligheid op te sluiten in de badkamer. De politie heeft de man toen uit de woning moeten verwijderen. Hij verblijft sindsdien bij een familielid. De vrouw heeft op de zitting verteld dat de man haar bijna dagelijks bedreigt met de dood en dat zij hiervan meldingen maakt bij de politie. Inmiddels is Veilig Thuis ook betrokken bij het gezin.
De rechtbank acht het onder deze door de vrouw gestelde omstandigheden, die door de man niet zijn betwist, in het belang van de vrouw en de kinderen dat zij in de echtelijke woning kunnen blijven. Het verzoek van de vrouw daartoe zal dan ook worden toegewezen.. De rechtbank zal daarnaast het verzoek van de vrouw om toevertrouwing van de kinderen toewijzenDe vrouw heeft onbetwist gesteld dat zij de dagelijkse zorg voor de kinderen draagt en de rechtbank vindt het in het belang van de kinderen dat zij bij de moeder blijven wonen.
Voorlopige kinder- en partneralimentatie
De vrouw verzoekt een door de man te betalen voorlopige kinderalimentatie van € 200,- per maand per kind en een voorlopige partneralimentatie van € 100,- per maand vast te stellen. Zij heeft onbetwist gesteld dat de man naar schatting ongeveer € 3.000,- per maand verdient bij een tuinbouwbedrijf, en dat zij zelf ongeveer € 500,- per maand verdient met schoonmaakwerkzaamheden.
De rechtbank zal deze verzoeken van de vrouw toewijzen, omdat de door de vrouw gevraagde bijdragen haar niet onrechtmatig voorkomen en de man hiertegen ook geen verweer heeft gevoerd.

Beslissing

De rechtbank:
*
bepaalt dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan het adres [adres] te ([postcode]) [plaats];
*
bepaalt dat de minderjarigen:
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2016 te [geboorteplaats], en
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2018 te [geboorteplaats],
aan de vrouw zullen worden toevertrouwd;
*
bepaalt dat de man aan de vrouw met ingang van vandaag voorlopig een partneralimentatie van € 100,- per maand zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
*
bepaalt dat de man aan de vrouw, met ingang van vandaag voorlopig een kinderalimentatie ten behoeve van de minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2](bij co-ouderschap eventueel:
medeverzorgt en opvoedt) van € 200,- per maand, per kind zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.F. Baaij, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. M.I. Noordegraaf als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 11 december 2025.