In deze zaak heeft de rechtbank Den Haag op 4 december 2025 een beschikking gegeven in een verzoek om vervangende toestemming voor het aanvragen van een paspoort voor de minderjarige [de minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2010. De moeder, vertegenwoordigd door haar advocaat mr. H.P. Schouten, verzocht de rechtbank om toestemming om met de minderjarige naar [land] te reizen van 19 december 2025 tot en met 3 januari 2026. De vader, die ook het gezag over de minderjarige uitoefent, was niet verschenen op de zitting en had geen verweer gevoerd tegen het verzoek van de moeder. De rechtbank heeft vastgesteld dat de vader zijn toestemming voor de paspoortaanvraag en de reis heeft geweigerd, ondanks dat hij in een e-mail had aangegeven wel toestemming te verlenen, maar niet de benodigde documenten wilde overleggen.
De rechtbank heeft geoordeeld dat het in het belang van de minderjarige is om op vakantie te gaan en familie te bezoeken. De rechtbank verleent daarom vervangende toestemming voor zowel de aanvraag van het paspoort als voor de reis naar [land]. Daarnaast heeft de rechtbank de vader veroordeeld in de proceskosten, omdat hij door het onthouden van zijn toestemming oneigenlijk gebruik maakt van zijn ouderlijk gezag. De proceskosten zijn begroot op € 445,-, bestaande uit griffierecht en advocaatkosten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.