Eiser heeft op 27 september 2024 een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor gezinshereniging nareis asiel. De minister heeft niet tijdig op deze aanvraag beslist, waardoor eiser de minister schriftelijk in gebreke heeft gesteld en vervolgens beroep heeft ingesteld bij de rechtbank.
De rechtbank constateert dat de minister de beslistermijn heeft overschreden en dat het beroep terecht en gegrond is. De minister heeft aangegeven de aanvraag naar verwachting pas in oktober 2027 te behandelen, wat onduidelijkheid schept over de termijn van besluitvorming.
De rechtbank legt de minister een nadere beslistermijn van acht weken op om alsnog te beslissen, met een mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd met een maximum van €15.000 bij overschrijding van deze termijn.
Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van het door eiser betaalde griffierecht en proceskosten, waarbij een lager bedrag wordt toegekend vanwege de beperkte aard van het geschil. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier S.J. Simorangkir op 30 december 2025.