Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel, ingediend op 11 september 2023. De minister heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn van 21 maanden een besluit genomen. Eiser stelde de minister op 22 juli 2025 schriftelijk in gebreke, waarna hij meer dan twee weken later beroep instelde.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de minister niet tijdig heeft beslist. De rechtbank legt de minister een nadere beslistermijn van zes weken op, rekening houdend met het belang van snelle en zorgvuldige besluitvorming en het feit dat eiser reeds is gehoord. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €15.000.
Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot het betalen van proceskosten aan eiser, vastgesteld op €453,50, vanwege de inschakeling van professionele juridische hulp en het beperkte onderwerp van de procedure. De uitspraak is gedaan door rechter A. Skerka en griffier J.M. Pattynama op 31 oktober 2025.