Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[eiseres] , eiseres
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
artikel 8 van het EVRM.
5 januari 2015 is ontstaan, omdat eiseres op dat moment een aanvraag op grond van
artikel 8 van het EVRM heeft ingediend en pas bij die aanvraag heeft aangetoond dat zij voldeed aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor verblijf op grond van het Chavez-arrest. Op de zitting heeft verweerder hierover aanvullend toegelicht dat eiseres eerder in 2008 en in 2011 aanvragen op grond van artikel 8 van het EVRM had ingediend, maar dat zij bij deze aanvragen nog niet had aangetoond dat sprake was van meer dan marginale zorg- en opvoedingstaken. Ook bleek destijds uit de BRP [11] dat de dochter van eiseres nog samenwoonde met haar vader. Volgens verweerder zijn er uitspraken geweest over deze aanvragen en staan die in rechte vast. Verweerder heeft toegelicht dat eiseres pas bij de aanvraag op 5 januari 2015 voldoende bewijsstukken heeft overgelegd waardoor verweerder is overgegaan tot toewijzing van een verblijfsrecht op grond van het
Chavez-arrest.
Hof van Justitie van 8 mei 2018. [14] Er is namelijk geen sprake van een uitzonderlijke situatie zoals bedoeld in dat arrest.
€ 1.000,- toekennen.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 13 maart 2025, voor zover dat ziet op de belangenafweging in het kader van artikel 8 van het EVRM,
- draagt verweerder op om, met inachtneming van deze uitspraak, binnen acht weken na bekendmaking van deze uitspraak opnieuw op het bezwaar te beslissen;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.814,- aan proceskosten aan eiseres;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 194,- aan eiseres te vergoeden;
- veroordeelt verweerder tot het betalen van een immateriële schadevergoeding aan eiseres tot een bedrag van € 1.000,-.
mr.I.G.A. Karregat, griffier.