ECLI:NL:RBDHA:2025:2610
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking voorlopige voorziening asielprocedure
Verzoeker had een verzoek om toepassing van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet ingediend, dat door de minister op 26 september 2022 werd afgewezen. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. Op 3 januari 2023 werd verzoeker toegelaten tot de nationale asielprocedure, waarna hij zijn verzoek om voorlopige voorziening introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De voorzieningenrechter beoordeelde of de minister aan het verzoek om voorlopige voorziening was tegemoetgekomen, wat vereist is voor toewijzing van proceskostenvergoeding op grond van artikel 8:75a Awb. De toelating tot de nationale procedure was het gevolg van het verstrijken van de overdrachtstermijn aan Italië en niet van een voorlopige opschorting of maatregel van de minister.
Volgens vaste jurisprudentie betekent dit dat geen sprake is van tegemoetkoming in de zin van de Awb. Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om proceskostenvergoeding af. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat de minister niet is tegemoetgekomen aan het verzoek om voorlopige voorziening.