ECLI:NL:RBDHA:2025:26141
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd wegens verblijfsgat
Eiser, een Sudanese nationaliteit, heeft sinds 2018 verschillende verblijfsvergunningen gehad, waaronder studie, zoekjaar en arbeid als kennismigrant. Op 18 november 2024 diende hij een aanvraag in voor een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen of een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd. De minister wees deze aanvraag af omdat eiser niet voldeed aan de vereiste van vijf achtereenvolgende jaren rechtmatig verblijf voorafgaand aan de aanvraag.
De rechtbank stelde vast dat eiser tussen 31 maart 2024 en 12 augustus 2024 geen geldige verblijfsvergunning had, ondanks dat hij een verblijfssticker had vanwege een zoekperiode. Dit verblijfsgat betekent dat hij niet voldoet aan artikel 21 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser voerde aan dat hij legaal verbleef en actief naar werk zocht, maar kon geen bijzondere omstandigheden aantonen die het verblijfsgat rechtvaardigen.
De rechtbank oordeelde dat de minister geen beoordelingsruimte heeft bij de vijfjarige verblijfseis en dat het verblijfsgat een harde voorwaarde is. Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de aanvraag werd afgewezen. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten en het griffierecht wordt niet teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat eiser niet voldoet aan de vijfjarige aaneengesloten verblijfseis voor een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd.