ECLI:NL:RBDHA:2025:2616

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 februari 2025
Publicatiedatum
21 februari 2025
Zaaknummer
NL24.50707
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen overdracht asielzoeker aan Cyprus toegewezen

In deze zaak heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag het verzoek om een voorlopige voorziening behandeld, waarbij verzoeker zich verzette tegen zijn overdracht aan Cyprus op grond van het Dublin-verdrag. Het verzoek is gedaan in afwachting van de uitspraak op het beroep tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie van 17 december 2024.

De voorzieningenrechter heeft een belangenafweging gemaakt waarbij het belang van verzoeker om zijn beroepsprocedure in Nederland af te wachten zwaarder woog dan het belang van de minister bij overdracht. Gezien de naderende uiterste overdrachtsdatum en het risico dat verzoeker zou worden overgedragen voordat op het beroep is beslist, werd het verzoek toegewezen. Tevens is meegewogen dat een voorlopige voorziening bij de hoger beroepsrechter de overdrachtstermijn niet schorst indien de rechtbank het verzoek afwijst.

De voorzieningenrechter heeft het bestreden besluit geschorst en bepaald dat verzoeker niet mag worden overgedragen aan Cyprus totdat de beroepszaak is afgerond. Daarnaast is de minister veroordeeld in de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 907,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.

De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter K. van der Lee en griffier S.M. Hampsink, en is uitgesproken in het openbaar op 19 februari 2025. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en de overdracht aan Cyprus wordt geschorst totdat op het beroep is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.50707

uitspraak van de voorzieningenrechter van 19 februari 2025 in de zaak tussen

[verzoeker], V-nummer: [nummer], verzoeker

(gemachtigde: mr. M.O. Wattilete),
en

de minister van Asiel en Migratie

(gemachtigde: mr. S.J. de Vries).

Inleiding1.In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening die verzoeker heeft ingediend hangende het beroep tegen het besluit van 17 december 2024 van de minister op de asielaanvraag van verzoeker.

1.1.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de zaak NL24.50706, op
3 februari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat hij niet wordt overgedragen voordat op het beroep is beslist. De rechtbank heeft nog geen uitspraak gedaan in de zaak met zaaknummer NL24.50706.
2.1.
De voorzieningenrechter heeft een belangenafweging gemaakt. Zij is van oordeel dat het belang van verzoeker om zijn beroepsprocedure in Nederland te mogen afwachten in dit geval zwaarder weegt dan het belang van de minister bij overdracht. Hoewel de uitspraak van de rechtbank in de beroepszaak snel wordt verwacht, nadert de uiterste overdrachtsdatum dermate snel dat verzoeker het risico loopt te worden overgedragen voordat op het beroep is beslist. Hierbij is meegewogen dat een voorlopige voorziening bij de hoger beroepsrechter de overdrachtstermijn niet schorst indien de rechtbank het verzoek om een voorlopige voorziening afwijst [1] . Nu niet is gebleken dat de minister een zwaarwegend belang heeft bij een overdracht op korte termijn, wijst de voorzieningenrechter het verzoek toe.

Conclusie en gevolgen

3. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe, schorst het bestreden besluit en bepaalt dat verzoeker niet mag worden overgedragen aan Cyprus totdat op het beroep tegen het bestreden besluit is beslist.
3.1.
De voorzieningenrechter veroordeelt de minister in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 907,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:
  • treft de voorlopige voorziening dat het bestreden besluit wordt geschorst en dat verzoeker niet mag worden overgedragen aan Cyprus totdat uitspraak is gedaan op het beroep;
  • veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 907,-
Deze uitspraak is gedaan door mr. K. van der Lee, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.M. Hampsink, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.ABRvS 22 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4197, r.o. 8.