ECLI:NL:RBDHA:2025:26378

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 december 2025
Publicatiedatum
12 januari 2026
Zaaknummer
NL25.38568
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 28 VwArt. 29 VwArt. 31 VwArt. 3 EVRMArt. 16 Procedurerichtlijn
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag Guinese vreemdeling wegens ongeloofwaardige leeftijd en onvoldoende zwaarwegende asielmotieven

Eiser, een Guinese nationaliteit dragende vreemdeling, vroeg asiel aan met het beroep op bedreigingen door zijn familie, problemen met leden van een getto en de autoriteiten, en (toegedichte) afvalligheid. Verweerder stelde vast dat eiser meerderjarig is op basis van een Italiaanse leeftijdsregistratie en achtte alleen het asielmotief van bedreiging door zijn vader geloofwaardig, maar onvoldoende zwaarwegend.

De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitging van de meerderjarigheid van eiser, omdat eiser geen overtuigende documenten over zijn leeftijd overlegde en zijn verklaringen hierover tegenstrijdig waren. Verweerder had voldoende onderzoek gedaan, waaronder navraag bij Italiaanse autoriteiten. Het gehoor was zorgvuldig en er was voldoende gelegenheid voor toelichting.

De rechtbank vond de verklaringen over problemen met de getto en autoriteiten onsamenhangend en onvoldoende aannemelijk. Ook de vrees voor afvalligheid en toegedichte spiritualiteit werd niet als zelfstandig asielmotief erkend. De rechtbank concludeerde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer een reëel risico op ernstige schade loopt en verklaarde het beroep ongegrond.

Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens ongeloofwaardige meerderjarigheid en onvoldoende zwaarwegende asielmotieven.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.38568

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. A.H. Hekman),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. J.G.R. Becker).

Procesverloop

Bij besluit van 11 augustus 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (asielaanvraag) als bedoeld in artikel 28 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) afgewezen als ongegrond op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vw.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 12 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, mr. F. Hoppenbrouwer, waarnemend voor eisers gemachtigde, F. Cisse als tolk en de gemachtigde van verweerder.

Totstandkoming van het besluit

Het asielrelaas
1. Eiser heeft de Guinese nationaliteit en stelt te zijn geboren op [geboortedatum 1] 2006. Hij behoort tot de Pular bevolkingsgroep. Eiser legt aan zijn asielaanvraag – kort samengevat – het volgende ten grondslag. Eiser wilde graag naar een gewone school in plaats van een Koranschool. Eisers vader was het hier niet mee eens waardoor zijn ouders veel discussie met elkaar hadden. Eisers vader is daarom in 2020 met een andere vrouw getrouwd. Eisers stiefmoeder woonde bij eiser en zijn ouders in huis. Er was veel ruzie en eisers moeder werd zwartgemaakt door de stiefmoeder en vader van eiser. Het dorp zag eisers moeder als heks en wilde daarom ook niks meer met eiser te maken hebben. Eisers moeder heeft vanwege deze omstandigheden in 2021 zelfmoord gepleegd. Eiser werd na de dood van zijn moeder door zijn vader en stiefmoeder mishandeld. Toen zijn vader ziek werd, werd eiser ervan beschuldigd dat hij dit door middel van tovenarij had gedaan. Zijn oom dreigde eiser ook te vermoorden als hij aan de erfenis van de vader zou komen. Beïnvloed door zijn oom en stiefmoeder heeft eisers vader hem bedreigd met een wapen, waarna eiser naar zijn oom in Conakry is gevlucht. Hier mocht hij van zijn vader niet blijven. Eiser is vervolgens in Conakry in de getto beland, waar meneer [persoon A] eiser onder zijn hoede nam. De leden van de getto deden mee aan demonstraties tegen de regering en eiser deed daar zelf ook aan mee. Eiser is twee keer opgepakt. Bij de tweede arrestatie werd eiser door een groep uit de getto bedreigd en achtervolgd omdat hij veel tijd met meneer [persoon A] doorbracht. Tijdens de achtervolging kwam eiser per ongeluk in een demonstratie terecht. Eiser is toen gevangen genomen maar kon ontsnappen door de celdeur kapot te maken. Eiser heeft toen met meneer [persoon A] Guinee verlaten. Eiser vreest bij terugkeer door zijn familie en door de leden van de getto te worden vermoord. Ook vreest eiser dat hij door de autoriteiten zal worden gearresteerd.
Het bestreden besluit
2. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven:
1. Identiteit, nationaliteit en herkomst
2. Bedreiging door vader
3. Problemen met de getto leden
4. Problemen met de Guineese autoriteiten
2.1.
Verweerder acht alleen het tweede asielmotief geloofwaardig. Het eerste asielmotief wordt deels geloofwaardig geacht. Eisers nationaliteit en herkomst zijn geloofwaardig. Eisers identiteit (geboortedatum) is niet geloofwaardig omdat eiser niet heeft voldaan aan artikel 31, zesde lid, aanhef en onder b en c, van de Vw. Eiser heeft namelijk geen documenten overgelegd die zijn identiteit staven en heeft hier ook geen goede verklaring voor. Daarnaast heeft eiser wisselend verklaard over zijn leeftijd.
2.2.
Verweerder acht het derde en vierde asielmotief ongeloofwaardig omdat eiser niet aan artikel 31, zesde lid, aanhef en onder c, van de Vw, voldoet. In dit kader werpt verweerder eiser tegen dat hij onsamenhangend heeft verklaard over (het ontstaan van) de problemen met de getto leden. Eisers problemen met de Guineese autoriteiten zijn volgens verweerder slechts gebaseerd op vermoedens. Daarnaast heeft eiser ook oppervlakkig verklaard over de demonstraties en zijn eisers verklaringen over de ontsnapping ongerijmd en onlogisch.
2.3.
Het tweede geloofwaardig geachte asielmotief en eisers nationaliteit en herkomst leidt volgens verweerder niet tot een vervolgingsgrond in de zin van het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen (Vluchtelingenverdrag) of tot een reëel risico op ernstige schade in de zin van artikel 3 van Pro het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Dat eiser uit Guinee komt en tot de Pular bevolkingsgroep behoort is hiervoor onvoldoende. De vrees die eiser voor zijn vader en familie heeft is volgens verweerder niet aannemelijk en zwaarwegend genoeg. Hierbij acht verweerder van belang dat eiser ondanks de bedreigingen van zijn vader een jaar in Guinee heeft gewoond zonder dat hij door zijn familie is benaderd. Daarnaast is het volgens verweerder niet aannemelijk dat zijn familie op de hoogte kan raken van eisers terugkomst. Het besteden besluit omvat ook een terugkeerbesluit.

Beoordeling door de rechtbank

Meerderjarigheid
3. Eiser stelt zich op het standpunt dat verweerder ten onrechte uitgaat van een meerderjarige leeftijd. Verweerder heeft volgens eiser onvoldoende gemotiveerd waarom hij meer waarde hecht aan de in Italië geregistreerde geboortedatum (1 juli 2005), dan aan eisers verklaring in Nederland dat hij op 7 juli 2006 is geboren. Anders dan verweerder stelt, heeft eiser niet tegenstrijdig verklaard over zijn geboortedatum. Eiser heeft namelijk uitgelegd dat er in Italië door iemand anders een meerderjarige leeftijd is opgegeven zodat hij het minderjarigenkamp kon verlaten en medicatie kon krijgen. Verweerder heeft onvoldoende doorgevraagd naar hoe de leeftijdsregistratie in Italië is verlopen en heeft dit ook ten onrechte niet nagevraagd bij de Italiaanse autoriteiten. Daarnaast werpt verweerder volgens eiser ten onrechte tegen dat hij geen contact met zijn familie heeft opgenomen om aan zijn geboorteakte te komen. Verweerder heeft immers geloofwaardig geacht dat eiser door zijn familie is bedreigd zodat niet van eiser kan worden verwacht dat hij contact met hen opneemt. Nu volgens eiser uit moet worden gegaan van 7 juli 2006 als zijn geboortedatum, heeft verweerder ten onrechte niet gemotiveerd waarom het onderzoek naar adequate opvang in het kader van het buitenschuldbeleid niet is afgerond ten tijde van de minderjarigheid van eiser. [1]
3.1.
Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling), waaronder de uitspraak van 9 oktober 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:3992), volgt dat het in beginsel aan de vreemdeling is om zijn identiteit, waaronder zijn geboortedatum, aannemelijk te maken. Als verweerder twijfels heeft over de minderjarigheid van de vreemdeling dan geldt als vertrekpunt de presumptie van minderjarigheid. Verweerder moet dan uitgaan van het vermoeden dat de betrokken vreemdeling minderjarig is. Het is aan verweerder om dat vermoeden te ontzenuwen. Verweerder moet hierbij alle feiten en omstandigheden meewegen. Verweerder mag hierbij niet op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uitgaan van de juistheid van een leeftijdsregistratie uit een andere lidstaat. Wel mag verweerder een leeftijdsregistratie uit een andere lidstaat waaruit volgt dat de vreemdeling meerderjarig is bij het beoordelen van de leeftijd van een vreemdeling betrekken en daaraan gewicht toekennen. Hij zal dan steeds zorgvuldig moeten onderzoeken en deugdelijk moeten motiveren welk gewicht hij aan een bepaalde registratie toekent en waarom. Als aan een leeftijdsregistratie alleen een eigen verklaring van een vreemdeling ten grondslag ligt, dan zal verweerder moeten informeren onder welke omstandigheden deze verklaring is afgelegd. De vreemdeling zal een plausibele verklaring moeten geven voor deze afwijkende verklaring omdat deze afwijking in beginsel afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van zijn verklaringen.
3.2.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder de geboortedatum van eiser mogen vaststellen op 1 juli 2005 en heeft verweerder daarbij deugdelijk gemotiveerd waarom hij hierbij veel gewicht toekent aan de leeftijdsregistratie in Italië. Hierbij heeft verweerder allereerst kunnen betrekken dat eiser geen documenten heeft overgelegd die zijn leeftijd staven en dat hij hier geen goede verklaring voor heeft. Zo heeft eiser verklaard dat zijn geboorteakte bij zijn oom in Conakry ligt (waar eiser naartoe was gevlucht) en dat hij contact met zijn oom zal opnemen om deze op te laten sturen (pagina 9 aanmeldgehoor). Ook heeft eiser verklaard dat hij een foto van de geboorteakte op zijn telefoon heeft, maar zijn telefoon op dat moment thuis lag omdat hij deze was vergeten (pagina 9 aanmeldgehoor). Los van de vraag of van eiser verwacht kan worden dat hij contact opneemt met zijn oom, heeft verweerder de verklaring van eiser dat hij zijn telefoon is verloren, en is vergeten de foto eerder te overleggen (pagina 9 en 10 nader gehoor) onvoldoende verklarend kunnen vinden voor de omstandigheid dat eiser de foto niet heeft overgelegd. Zo heeft eiser ook verklaard dat hij zijn telefoon ongeveer 8 maanden geleden, dus in januari 2025, heeft verloren (pagina 9 nader gehoor). Eiser is er ten tijde van het aanmeldgehoor van 16 augustus 2024 al op gewezen dat het van belang is om documenten te overleggen (pagina 9 aanmeldgehoor) en heeft hier dus ruim de tijd voor gehad. Dat, zoals eiser op de zitting heeft toegelicht, hij niet heeft verklaard dat hij een foto op zijn telefoon heeft en dat de tolk hem verkeerd heeft vertaald, volgt de rechtbank niet. Verweerder heeft er in dit kader terecht op gewezen dat eiser zowel in het aanmeldgehoor als in het nader gehoor heeft verklaard de tolk goed te kunnen verstaan (pagina 2 en 16 aanmeldgehoor en pagina 2, 34 en 46 nader gehoor). Daarnaast heeft verweerder niet ten onrechte aan eiser tegengeworpen dat hij onsamenhangend heeft verklaard over zijn geboortedatum. Zo heeft eiser verklaard dat
hijin Italië de leeftijd van 18 jaar heeft opgegeven omdat hij anders niet weg mocht (pagina 3 proces-verbaal). Eiser heeft echter later verklaard dat zijn leeftijd in Italië verkeerd werd genoteerd, dat eiser toen heeft aangegeven dat het niet klopte (pagina 6 nader gehoor) en dat hij niet zelf zijn leeftijd heeft opgeschreven omdat hij ziek was (pagina 14 aanmeldgehoor). Verweerder stelt terecht dat dit tegenstrijdig is en heeft er ook op kunnen wijzen dat niet valt in te zien waarom eiser niet in eerste instantie bij de Vreemdelingenpolitie heeft aangegeven dat zijn geboortedatum in Italië verkeerd genoteerd is. Tot slot volgt de rechtbank eiser niet in zijn standpunt dat verweerder onvoldoende heeft doorgevraagd naar hoe de leeftijdsregistratie in Italië is verlopen en dat er geen navraag is gedaan bij de Italiaanse autoriteiten. Zo blijkt uit het nader gehoor dat verweerder meerdere vragen aan eiser heeft gesteld over de registratie, waaronder waarom eiser twee verschillende data heeft opgegeven en hoe de registratie is verlopen (pagina 5 en 6 nader gehoor). Daarnaast blijkt uit het dossier ook dat verweerder op 15 januari 2024 navraag heeft gedaan bij de Italiaanse autoriteiten zodat niet wordt gevolgd dat verweerder geen onderzoek heeft gedaan bij de Italiaanse autoriteiten. De Italiaanse autoriteiten hebben daarbij aangegeven dat eiser is geregistreerd onder de alias “ [naam 1] (familienaam), [naam 2] (voornaam), [geboortedatum 2] 2005 (geboortedatum)”, dat hij geen documenten had overgelegd en dat er geen leeftijdsonderzoek heeft plaatsgevonden. Gelet op het voorgaande mag verweerder naar het oordeel van de rechtbank uitgaan van de meerderjarigheid van eiser. Dit betekent ook dat verweerder zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat eiser ten tijde van zijn asielaanvraag niet minderjarig was zodat verweerder geen onderzoek had hoeven doen naar adequate opvang in het kader van het buitenschuldbeleid. De beroepsgrond slaagt niet.
Het gehoor
4. Eiser stelt zich op het standpunt dat verweerder in het kader van de problemen met de leden van de getto, de problemen met de autoriteiten en de (toegedichte) afvalligheid in het gehoor onvoldoende heeft doorgevraagd, nu eiser ongeschoold en kwetsbaar is. Als gevolg hiervan kan eiser moeilijk (uit zichzelf) over dingen vertellen en heeft hij moeite met het geven van tijdsaanduidingen. Het ligt dan op de weg van verweerder om door te vragen op wat ze willen weten. Ter onderbouwing van zijn persoonlijke situatie heeft eiser een patiëntendossier overgelegd waaruit blijkt dat hij psychische klachten heeft.
4.1.
De rechtbank ziet in hetgeen eiser naar voren heeft gebracht geen grond voor het oordeel dat het gehoor niet zorgvuldig is geweest; verweerder heeft blijkens het verslag van het nader gehoor afdoende doorgevraagd en om verduidelijking verzocht. Verweerder heeft er daarbij ter zitting op kunnen wijzen dat uit het medisch advies uitsluitend blijkt dat eiser last heeft van vermoeidheidsklachten en dat eiser gebaat is bij een vriendelijke en rustige benadering. Niet blijkt dat van eiser geen gedetailleerde en consistente verklaringen konden worden verwacht. Uit de gehoren blijkt bovendien dat rekening is gehouden met het medisch advies door (extra) pauzes in te lassen en eiser vriendelijk te benaderen. Dat eiser psychische klachten (angst en stress) heeft, in welk kader thans ook een patiëntendossier is overgelegd, maakt niet dat eiser niet (uit zichzelf) kon worden geacht (consistent) te verklaren.
Problemen met de leden van de getto
5. Volgens eiser heeft verweerder hem ten onrechte tegengeworpen dat hij onsamenhangend en tegenstrijdig heeft verklaard over zijn problemen met de getto leden. Zo heeft eiser consistent verklaard over een groep van de getto die kan worden gezien als de vijand. Eiser kan daarom niet worden tegengeworpen dat onduidelijk is wie de twee groepen zijn die met elkaar in gevecht kwamen. Ook heeft verweerder onvoldoende doorgevraagd naar de dynamiek tussen bepaalde groepen en de problemen die eiser met de getto leden had. Verder heeft eiser niet tegenstrijdig verklaard over de achtervolging van de bende. Eiser heeft namelijk verklaard dat hij aan het vluchten was en toen werd staande gehouden wegens zijn toegedichte deelname aan een manifestatie. Eiser is verder onvoldoende in de gelegenheid gesteld om opheldering te geven over de punten die voor verweerder onduidelijk of tegenstrijdig zijn bevonden. In het kader van de samenwerkingsplicht was verweerder gehouden om eiser te confronteren met de, naar het oordeel van verweerder, tegenstrijdigheden. Eiser verwijst hierbij naar een uitspraak van de Afdeling van 14 december 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:2959).
5.1.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich allereerst op het standpunt kunnen stellen dat uit artikel 3.113 van het Vreemdelingenbesluit 2000 of andere relevante wet- en regelgeving geen verplichting bestaat om een vreemdeling tijdens het nader gehoor te confronteren met alle tegenstrijdigheden. De rechtbank verwijst hierbij naar een uitspraak van de Afdeling van 22 januari 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:182) waaruit volgt dat verweerder niet alleen tegenstrijdigheden mag tegenwerpen waarmee de vreemdeling tijdens het nader gehoor is geconfronteerd. Een vreemdeling kan immers door middel van de zienswijze reageren op tegenstrijdigheden waarmee hij wel in het voornemen maar niet in het nader gehoor is geconfronteerd. Daarmee wordt voldaan aan het vereiste in artikel 16 van Pro de Procedurerichtlijn dat de vreemdeling in de gelegenheid wordt gesteld om uitleg te geven over tegenstrijdigheden in zijn verklaringen. Verweerder stelt terecht dat eiser zowel in de correcties en aanvullingen als in de zienswijze de mogelijkheid heeft gehad om tegenstrijdigheden te corrigeren. Daarnaast blijkt uit het verslag van het nader gehoor dat eiser meerdere keren is gevraagd om zijn antwoord toe te lichten. De rechtbank volgt eiser dan ook niet in zijn standpunt dat hij onvoldoende in de gelegenheid is gesteld om opheldering te geven over de punten die voor verweerder onduidelijk of tegenstrijdig zijn bevonden.
5.2.
De rechtbank is verder van oordeel dat verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat ongeloofwaardig is dat eiser problemen met de getto leden heeft ondervonden. In dit kader heeft verweerder kunnen tegenwerpen dat eiser onsamenhangend heeft verklaard over het ontstaan van de problemen. Zo heeft eiser verklaard dat hij erachter kwam dat mensen slechte dingen met meneer [persoon A] wilde doen en dat hij dit aan meneer [persoon A] heeft verteld. Daarnaast heeft eiser ook verklaard dat er een ruzie ontstond tussen de groep van meneer [persoon A] en andere jongens waarbij eiser en meneer [persoon A] met de dood werden bedreigd en het huis van meneer [persoon A] kapot is gemaakt. Eiser zou namelijk de oorzaak van de situatie zijn (pagina 20 nader gehoor). Verweerder stelt niet ten onrechte dat dit een vage en onsamenhangende beschrijving is van het ontstaan van de problemen. Dat, zoals eiser stelt, het aannemelijk is dat er meerdere groepen zijn die elkaar als vijand zien en verweerder onvoldoende heeft doorgevraagd naar de dynamiek tussen de groepen, is hier naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende verklarend voor. Dit neemt namelijk niet weg dat, zo stelt verweerder niet ten onrechte, eisers verklaringen over het ontstaan van de problemen onsamenhangend zijn. Verweerder heeft verder kunnen tegenwerpen dat eiser tegenstrijdig heeft verklaard over de invallen in het huis van meneer [persoon A] . Zo verklaart eiser enerzijds dat de politie het huis van meneer [persoon A] is binnengevallen (pagina 32 en 33 nader gehoor), maar anderzijds dat de mensen uit de getto het huis van meneer [persoon A] zijn binnengevallen (pagina 38 nader gehoor). Verweerder stelt niet ten onrechte dat deze tegenstrijdige verklaringen afbreuk doen aan de geloofwaardigheid van eisers asielrelaas.
5.3.
Al gelet op het voorgaande, in samenhang bezien, heeft verweerder zich naar het oordeel van de rechtbank niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat de verklaringen van eiser over de problemen met de leden van de getto geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen en dat dus niet wordt voldaan aan de voorwaarde van artikel 31, zesde lid, aanhef en onder c, van de Vw. De beroepsgrond slaagt niet.
Problemen met de Guinese autoriteiten
6. Eiser stelt zich op het standpunt dat verweerder de problemen met de autoriteiten ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht. Zo stelt eiser dat de omstandigheid dat hij problemen heeft met de Guinese autoriteiten en bekend staat als een anti-regering persoon niet slechts gebaseerd is op vermoedens. Eiser is namelijk driemaal in aanraking geweest met de politie, onder andere vanwege (toegedichte) deelname aan protesten (pagina 28, 34 en 35 nader gehoor). Het is daarom volgens eiser aannemelijk dat hij als anti-regeringspersoon geregistreerd staat bij de autoriteiten Dit komt ook overeen met een bericht van Frontline Defenders van 24 oktober 2022 waaruit blijkt dat er rondom de protesten van 2022 in Conakry veel arrestaties hebben plaatsgevonden. Daarnaast is eiser ook op illegale wijze ontsnapt uit de gevangenis zodat aannemelijk is dat dit ook is geregistreerd bij de autoriteiten. Verder werpt verweerder ten onrechte tegen dat eiser oppervlakkig heeft verklaard over zijn eigen rol binnen de demonstraties. Eiser heeft namelijk op alle gestelde vragen uitgebreid antwoord gegeven en heeft verklaard dat hij geen specifieke rol had. Ook heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd waarom het ongerijmd is dat de celdeur met een stuk ijzer kapot kon worden gemaakt en dat eiser vervolgens kon vluchten. Hier is in het nader gehoor onvoldoende op doorgevraagd.
6.1.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eisers problemen met de Guineese autoriteiten ongeloofwaardig zijn. In dit kader heeft verweerder eiser kunnen tegenwerpen dat zijn verklaring dat hij als anti-regeringspersoon bekend staat bij de autoriteiten slechts op vermoedens is gebaseerd. Verweerder stelt niet ten onrechte dat eiser enkel heeft verklaard dat zijn naam genoteerd staat omdat hij is gearresteerd bij demonstraties (pagina 34 nader gehoor), maar dat dit er niet automatisch op wijst dat eiser problemen heeft met de autoriteiten. Eiser heeft ook niet nader onderbouwd waaruit blijkt dat hij daadwerkelijk als anti-regeringspersoon bekend staat. Zo heeft eiser ook verklaard dat er geen politierapport is opgesteld (pagina 34 nader gehoor). Eisers verwijzing naar het bericht van Frontline Defenders maakt dit naar het oordeel van de rechtbank niet anders. Hieruit blijkt enkel dat er bij het protest van 20 oktober 2022 vijf demonstraten zijn gedood en twee mensenrechtenactivisten zijn opgepakt, dat er naar aanleiding van een demonstratie op 28 juli 2022 twee mensenrechtenactivisten zijn opgepakt en dat er vanwege de demonstraties in juni en juli 2022 enkele leiders van Organizations Front National pour la Défense de la Constitution zijn opgepakt. Eiser heeft niet gesteld, dan wel aannemelijk gemaakt, dat hij een van deze personen is. Daarnaast stelt verweerder ook niet ten onrechte dat eisers verklaringen over de ontsnapping uit de cel onlogisch, ongerijmd en tegenstrijdig zijn. Zo heeft eiser verklaard dat hij samen met meneer [persoon A] en zeven anderen uit de getto in een cel is beland, dat zij de deur van de cel kapot hebben gemaakt met een stuk ijzer en dat zij vervolgens zijn gevlucht. Zij zijn bij de vlucht één gendarme tegengekomen (pagina 35 en 36 nader gehoor). Verweerder heeft het in dit kader onlogisch kunnen vinden dat er geen agenten zijn komen kijken terwijl zij de deur van de cel kapot maakte met een stuk ijzer en dat zij makkelijk weg konden rennen. Dat, zoals eiser stelt, er maar één gendarme aanwezig was, heeft verweerder niet ten onrechte onvoldoende uitleg gevonden. Ook eisers toelichting op de zitting dat er een oud slot op de deur zat en dat de aanwezige bewaker buiten stond en niet kon horen dat de deur werd opengebroken omdat de gevangenis vol zat en iedereen geluid maakte, is hiervoor onvoldoende verklarend, temeer nu eiser op de zitting ook heeft toegelicht dat hij naar een officiële gevangenis is overgebracht. Daarnaast stelt verweerder ook niet ten onrechte dat het onlogisch is dat meneer [persoon A] na de ontsnapping zijn zus kon bellen. Dat zou namelijk betekenen dat meneer [persoon A] in de cel een telefoon bij zich had. Uit het nader gehoor blijkt naar het oordeel van de rechtbank verder dat eiser voldoende in de gelegenheid is gesteld om uit te leggen hoe hij uit de cel is gevlucht. Zo heeft verweerder gevraagd hoe hij is vrijgekomen, of eiser kan toelichten hoe het uitbreken uit de cel verliep, hoe hij wist te ontsnappen en wie hij onderweg tegen kwam (pagina 36 nader gehoor). Dat, zoals eiser stelt, verweerder onvoldoende heeft doorgevraagd naar hoe eiser uit de cel heeft weten te vluchten, volgt de rechtbank dan ook niet.
6.2.
Al gelet op het voorgaande, in samenhang bezien, heeft verweerder zich naar het oordeel van de rechtbank niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat de verklaringen van eiser over de problemen met de autoriteiten geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen en dat dus niet wordt voldaan aan de voorwaarde van artikel 31, zesde lid, aanhef en onder c, van de Vw. De beroepsgrond slaagt niet.
Tussenconclusie geloofwaardigheidsbeoordeling derde en vierde asielmotief
7. Uit hetgeen onder 4.1., 5.1., 5.2., 5.3., 6.1., en 6.2. is overwogen, volgt dat verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat niet wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 31, zesde lid, aanhef en onder c, van de Vw. Verweerder heeft zich naar het oordeel van de rechtbank niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eisers verklaringen over de problemen met de leden van de getto en de autoriteiten ongeloofwaardig zijn. Nu deze asielmotieven dus niet ten onrechte ongeloofwaardig zijn geacht, levert dit geen asielgrond op als bedoeld in artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de Vw. De rechtbank laat hetgeen eiser heeft aangevoerd over de beoordeling van de vrees bij terugkeer vanwege de problemen met de leden van de getto en de autoriteiten daarom onbesproken. Dit ziet immers op de zwaarwegendheid van deze asielmotieven. Dit hoeft verweerder pas te beoordelen als het asielmotief geloofwaardig is geacht (zie paragraaf C1/4.1, zesde lid, van de Vreemdelingencirculaire 2000).
Zwaarwegendheid bedreiging door familie
8. Eiser stelt dat hem ten onrechte wordt tegengeworpen dat zijn problemen met zijn familie niet zwaarwegend genoeg zijn. Eiser kan namelijk geen bescherming krijgen van de autoriteiten of de dorpsoudsten en heeft dit in het verleden ook niet gekregen. Eiser verwijst hierbij naar landeninformatie van Vluchtelingenwerk waaruit blijkt dat veel juridische problemen via dorpsoudsten worden opgelost, dat de politie in Guinee zeer corrupt is en dat het doen van aangifte zinloos is, onder andere omdat de behandeling ervan afhankelijk is van de sociale positie van de aanklager. Eiser kan, temeer nu hij tot de Pular bevolkingsgroep hoort, daarom geen bescherming krijgen van de autoriteiten. Verweerder stelt zich verder ten onrechte op het standpunt dat eiser een jaar lang zonder problemen heeft kunnen leven in Guinee. Eiser leefde toen namelijk als minderjarige jongen op straat.
8.1.
De rechtbank stelt voorop dat niet ter discussie staat dat eiser problemen met zijn familie heeft. De rechtbank ziet zich daarom voor de vraag gesteld of verweerder zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat eiser, ondanks de problemen met zijn familie, bij terugkeer geen risico loopt op ernstige schade. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich op het standpunt kunnen stellen dat eiser zijn vrees bij terugkeer niet aannemelijk heeft gemaakt. In dit kader heeft verweerder er op kunnen wijzen dat eiser een jaar in Guinee heeft gewoond zonder dat hij door zijn familie is benaderd (pagina 38 nader gehoor). Dat eiser toen minderjarig was, maakt dit niet anders. Verweerder heeft het verder ook niet aannemelijk hoeven achten dat eisers familie op de hoogte kan raken van zijn terugkomst. Bovendien staat niets eraan in de weg dat hij zich elders in Guinee vestigt, zoals hij eerder heeft gedaan. Dat eiser geen bescherming van de dorpsoudsten of politie kan krijgen, is – wat daar verder ook van zij – in zoverre niet relevant. Bovendien blijkt uit de landeninformatie van Vluchtelingenwerk, waarnaar eiser heeft verwezen, weliswaar dat bij de politie in Guinee sprake is van corruptie en dat de heersende mening is dat het doen van aangifte geen zin heeft, maar uit de informatie blijkt niet dat de autoriteiten helemaal geen bescherming bieden. Eiser heeft hiermee onvoldoende onderbouwd dat hij, indien noodzakelijk, geen bescherming kan krijgen van de autoriteiten. De beroepsgrond slaagt niet.
(Toegedichte) afvalligheid
9. Volgens eiser is zijn (toegedichte) afvalligheid ten onrechte niet aangemerkt als asielmotief. Eiser heeft namelijk ook problemen met zijn familie ondervonden vanwege zijn interesse in het Christendom (p. 22 NG). In het kader van de samenwerkingsplicht had verweerder uit eisers verklaringen moeten opmaken dat er sprake is van afvalligheid, temeer nu in de correcties en aanvullingen en in de zienswijze is aangegeven dat eiser bij terugkeer problemen verwacht in verband met het niet meer aanhangen van het islamitische geloof. Het asielmotief had daarom op zichzelf staand beoordeeld moeten worden.
9.1.
De rechtbank stelt vast dat eiser – voor zover relevant – heeft verklaard dat hij niet langer naar Koranles wilde, maar dat hij naar een gewone school wilde omdat hij nieuwe dingen wilde leren (pagina 14 nader gehoor). Daarnaast heeft eisers stiefmoeder eiser mishandeld omdat ze hem met Christelijke kinderen in het dorp zag spelen (pagina 16 nader gehoor). Verder heeft zijn vader hem mishandeld omdat er een bladzijde van de bijbel uit zijn broek viel. Deze had hij gekregen van de vader van de kinderen met wie hij speelde (pagina 17 nader gehoor). Op de vraag of eiser ooit persoonlijke problemen heeft ondervonden vanwege zijn religie antwoordt hij: ‘ja en nee. Dit is een beetje gecompliceerd’(pagina 22 nader gehoor). Naar het oordeel van de rechtbank wijst verweerder er niet ten onrechte op dat hij deze verklaringen in het kader van eisers problemen met zijn familie heeft betrokken, en geloofwaardig heeft bevonden, en dat eiser niet heeft uitgelegd welke problemen hem te wachten staan vanwege zijn gestelde afvalligheid en hoe deze anders zijn dan de problemen die hij al eerder met zijn familie zou hebben ondervonden. Daarnaast heeft verweerder in het nader gehoor tweemaal gevraagd of eiser alle redenen van vertrek heeft verteld (pagina 22 en 23 nader gehoor) en is eiser een samenvatting van zijn verklaringen voorgehouden (pagina 46 nader gehoor). Eiser heeft steeds verklaard dat hij vreest voor drie dingen, namelijk zijn vader en familie, de autoriteiten en de bandieten uit de getto (pagina 23, 39 en 46 nader gehoor). Verweerder heeft zich daarom op het standpunt kunnen stellen dat eiser niet heeft verklaard dat hij specifiek vanwege zijn afvalligheid voor zijn familie of stam vreest, terwijl hij hiertoe wel de gelegenheid heeft gehad. Voor zover eiser ter zitting nog heeft gesteld dat hij bij terugkeer noodgedwongen naar zijn stam dient terug te keren, merkt de rechtbank op dat dit niet volgt uit de bekende landeninformatie [2] , terwijl eiser zich blijkens zijn asielrelaas eerder ook elders - los van zijn stam - heeft gevestigd. Bovendien heeft verweerder nog opgemerkt dat Guinee blijkens de grondwet vrijheid van religie garandeert, in welk kader eiser zich bij voorkomende problemen tot de autoriteiten van Guinee zou kunnen wenden.
Toegedichte spiritualiteit
10. Eiser stelt zich op het standpunt dat verweerder ten onrechte niet heeft doorgevraagd naar eisers problemen vanwege zijn toegedichte spiritualiteit. Uit eisers verklaringen blijkt namelijk dat hij door bewoners van zijn dorp werd buitengesloten vanwege de toegedichte spiritualiteit.
10.1.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich op het standpunt kunnen stellen dat eiser niet eerder heeft aangegeven dat hij vreest vanwege toegedichte spiritualiteit. Zo heeft eiser enkel verklaard dat er in het dorp afstand van hem en zijn moeder werd genomen omdat zijn moeder als heks werd gezien (pagina 15 nader gehoor), maar niet dat dit komt door aan eiser toegedichte spiritualiteit. Verweerder stelt terecht dat eiser meermaals in de gelegenheid is gesteld om aan te geven waar hij voor vreest en dat hij hier niet heeft genoemd dat hij vreest vanwege toegedichte spiritualiteit. Zoals hiervoor is overwogen, heeft eiser meermaals verklaard dat hij vreest voor drie dingen: de bedreigingen van zijn vader en zijn oom, problemen met de overheid en problemen met leden van de getto (pagina 23, 39 en 46 nader gehoor). Verweerder heeft hierin terecht geen aanleiding gezien om door te vragen naar eisers gestelde toegedichte spiritualiteit. Ten overvloede heeft verweerder er bovendien nog op gewezen dat niets eraan in de weg staat dat eiser zich elders, weg van het dorp, vestigt. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

11. Verweerder heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond.
Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M.J. Adriaansen, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Duijf, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Eiser verwijst hierbij naar een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 2 april 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:1413).
2.zoals het Algemeen Ambtsbericht Guinee van juni 2014, waar op pagina 40 staat dat de steden een multi-etnisch karakter hebben.