Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 9 december 2025 in de zaken tussen
[eiseres] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres,
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder,
de Staat der Nederlanden (de Minister van Justitie en Veiligheid).
Procesverloop
Overwegingen
4.532€ 147.972
42.35
Datum Omschrijving Bedrag
(…)
937
937
937
856
937
14
10.243
- De bezwaren zijn niet deugdelijk en binnen een redelijke termijn behandeld;
- Het hoorrecht is geschonden;
- Het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel zijn geschonden;
- Verweerder heeft ten onrechte geen rekening heeft gehouden met aftrek van voorbelasting uit 2014;
- Verweerder heeft voor 2016 ten onrechte de aftrek van voorbelasting op de kosten van een domeinnaam gecorrigeerd;
- Verweerder heeft voor 2017 ten onrechte de aftrek van voorbelasting op de verbouwingskosten, de computerkosten en de huurkosten gecorrigeerd;
- Verweerder heeft voor de jaren 2017, 2018 en 2019 ten onrechte privégebruik auto gecorrigeerd;
- Verweerder heeft voor 2018 en 2019 ten onrechte leningen aangemerkt als omzet;
- Verweerder had de verzoeken om teruggaaf moeten toewijzen;
- Verweerder heeft ten onrechte geen rekening gehouden met de suppletieaangifte voor 2018;
- Het is aan verweerder is te wijten dat er moet worden geprocedeerd over de afwijzende teruggaafbeschikkingen.
Beslissing
- vernietigt de uitspraak op bezwaar inzake de naheffingsaanslag 2016 - 2019 voor zover deze ziet op de verzuimboete;
- vernietigt de verzuimboete behorende bij de naheffingsaanslag 2016 - 2019 en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde deel van de even vermelde uitspraak op bezwaar;
- vermindert de verzuimboete behorend bij de naheffingsaanslag 2015 tot een bedrag van € 348;
- veroordeelt verweerder tot vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 1.000;
- veroordeelt de Staat (de Minister van Justitie en Veiligheid) tot vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 1.500;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 647;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 365 aan eiseres te vergoeden.