Eiser, een Noord-Macedonische nationaliteit, werd op 17 oktober 2025 bij aankomst in Nederland de toegang geweigerd en een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Na het uiten van een asielwens werd de maatregel voortgezet en zijn asielaanvraag op 3 november 2025 afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser stelde beroep in tegen deze maatregel en vroeg tevens om schadevergoeding.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht een risico op onderduiken aannam op basis van meerdere zware en lichte gronden, waaronder het niet op de juiste wijze binnenkomen en het ontbreken van een vaste verblijfplaats. Eisers verweer dat hij zich niet kon onttrekken aan toezicht werd verworpen. Ook het beroep op detentieongeschiktheid wegens suïcidale gedachten faalde, omdat eiser onvoldoende aannemelijk maakte dat medische zorg in detentie ontoereikend zou zijn.
Verder vond de rechtbank dat verweerder voldoende voortvarend handelde in het terugkeerproces, ondanks het ontbreken van vluchtgegevens. Er was geen sprake van onrechtmatigheid of strijd met het familie- en gezinsleven of non-refoulement. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.