In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 4 december 2025 een beschikking gegeven in een echtscheidingsprocedure tussen een vrouw en een man, waarbij voorlopige voorzieningen zijn getroffen. De vrouw heeft verzocht om het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning en om de minderjarige kinderen aan haar toe te vertrouwen, terwijl de man verweer heeft gevoerd en ook zelfstandig verzoeken heeft ingediend. De rechtbank heeft vastgesteld dat de situatie tussen de partijen ernstig verstoord is, met dagelijkse ruzies en spanningen die ook de kinderen beïnvloeden. De rechtbank heeft besloten dat de vrouw gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning en dat de minderjarigen aan haar worden toevertrouwd, gezien de zorgen over de veiligheid en het welzijn van de kinderen. Daarnaast is er een voorlopige kinderalimentatie vastgesteld van € 258,- per maand per kind, die de man aan de vrouw moet betalen. De rechtbank heeft de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de beslissingen onmiddellijk van kracht zijn, ondanks mogelijke hoger beroep.