De eiser diende op 1 maart 2024 een asielaanvraag in waarop de minister op grond van de Vreemdelingenwet 2000 binnen zes maanden moest beslissen. Door het inwerkingtreden van het WBV 2023/26 is deze beslistermijn met negen maanden verlengd voor aanvragen ingediend tussen 1 januari 2024 en 1 januari 2025. De rechtbank bevestigde in een eerdere uitspraak dat deze verlenging rechtsgeldig is.
De eiser stelde de minister op 4 september 2024 schriftelijk in gebreke, maar deze ingebrekestelling was prematuur omdat de verlengde beslistermijn nog niet was verstreken. Hierdoor voldoet het beroep niet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, van de Awb voor een beroep tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank besloot daarom het beroep niet-ontvankelijk te verklaren. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter A.G.D. Overmars zonder zitting, nadat partijen hiermee instemden.