ECLI:NL:RBDHA:2025:940
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens tijdige verlenging beslistermijn asielaanvraag
Eiser heeft op 17 januari 2024 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel ingediend en stelde de minister op 29 juli 2024 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen. Vervolgens stelde eiser beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Hij betoogde dat de verlenging van de beslistermijn niet rechtsgeldig was omdat niet was voldaan aan de voorwaarden van artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000, en verwees naar prejudiciële vragen van de Afdeling bestuursrechtspraak.
De minister stelde dat de beslistermijn nog niet was verstreken omdat deze rechtsgeldig met negen maanden was verlengd op grond van het WBV 2023/26, vanwege een groot aantal gelijktijdige asielaanvragen. De rechtbank oordeelde dat de minister voldoende had onderbouwd dat sprake is van een situatie die verlenging rechtvaardigt, aansluitend bij eerdere uitspraken en het voorlopig oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak.
De rechtbank overwoog dat de beslistermijn met het WBV 2023/26 rechtsgeldig is verlengd tot vijftien maanden, waardoor de ingebrekestelling te vroeg was ingediend en het beroep niet voldoet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, van de Awb. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wees het verzoek om een dwangsom en proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de beslistermijn rechtsgeldig is verlengd.