ECLI:NL:RBDHA:2025:26502
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, van Iraanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, maar de minister van Asiel en Migratie nam de aanvraag niet in behandeling omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag op grond van de Dublinverordening.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet kan worden toegepast op Duitsland vanwege een eerdere afwijzing van zijn asielaanvraag daar, waardoor uitzetting naar Iran en indirect refoulement dreigt. Tevens stelde hij dat hij onvoldoende toegang heeft tot rechtsbijstand in Duitsland.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser niet met concrete en objectieve aanwijzingen heeft aangetoond dat hij een reëel risico loopt op een schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro bij overdracht aan Duitsland. Ook was onvoldoende onderbouwd dat toegang tot rechtsbijstand in Duitsland niet mogelijk is.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigde dat Nederland de asielaanvraag niet in behandeling neemt. Eiser mag worden overgedragen aan Duitsland en krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag wordt niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is.