ECLI:NL:RBDHA:2025:26502
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van asielaanvraag en interstatelijk vertrouwensbeginsel in het bestuursrecht
In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag, gedaan op 19 december 2025, wordt het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd beoordeeld. Eiser, van Iraanse nationaliteit, heeft zijn aanvraag ingediend, maar deze is door de minister van Asiel en Migratie afgewezen op grond van de Dublinverordening, waarbij Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag. De rechtbank heeft vastgesteld dat partijen toestemming hebben gegeven om het beroep zonder zitting af te doen.
De rechtbank heeft de argumenten van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag beoordeeld. Eiser heeft aangevoerd dat hij in Duitsland niet kan rekenen op een eerlijke behandeling en dat hij daar risico loopt op refoulement naar Iran. De rechtbank heeft echter geoordeeld dat eiser niet voldoende bewijs heeft geleverd om aan te tonen dat Duitsland zijn internationale verplichtingen niet zal nakomen. De rechtbank heeft het interstatelijk vertrouwensbeginsel toegepast, wat inhoudt dat men ervan uitgaat dat andere lidstaten hun verplichtingen nakomen, tenzij het tegendeel overtuigend kan worden aangetoond.
Uiteindelijk heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard, wat betekent dat de beslissing om de aanvraag niet in behandeling te nemen in stand blijft. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten. De uitspraak is openbaar gemaakt en partijen hebben de mogelijkheid om in hoger beroep te gaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.