In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 19 november 2025 een beschikking gegeven inzake de kinderalimentatie en de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken voor de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2015. De moeder heeft verzocht om een kinderalimentatie van € 714,- per maand, met ingang van 1 december 2024, en om een zorgregeling waarbij de minderjarige één weekend per vier weken bij de vader verblijft. De vader heeft verweer gevoerd en verzocht om een uitbreiding van de zorgregeling. De rechtbank heeft de feiten en omstandigheden van de zaak in overweging genomen, waaronder de draagkracht van beide ouders en de behoefte van de minderjarige. De rechtbank heeft vastgesteld dat de draagkracht van de vader € 2.833,- per maand bedraagt en die van de moeder € 759,- per maand. De gezamenlijke draagkracht van de ouders bedraagt € 3.592,- per maand, wat leidt tot een behoefte van de minderjarige van € 1.157,- per maand. De rechtbank heeft de kinderalimentatie vastgesteld op € 714,- per maand, met een jaarlijkse indexering. De zorgregeling is vastgesteld op één weekend in de vier weken bij de vader, en de vakantieverdeling is ook bepaald. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.