De rechtbank Den Haag behandelde op 19 november 2025 een verzoek van de moeder tot vaststelling van kinderalimentatie en een zorgregeling voor hun minderjarige kind, geboren in 2015. De ouders oefenen gezamenlijk gezag uit en het kind verblijft hoofdzakelijk bij de moeder.
De zorgregeling wordt vastgesteld op één weekend per vier weken bij de vader, van vrijdag na schooltijd tot zondagavond, met een vakantieverdeling waarbij de herfst- en voorjaarsvakantie bij de vader zijn, de meivakantie wordt gedeeld, de zomervakantie in twee blokken van drie weken wordt verdeeld en de kerstvakantie om het jaar wisselt. De rechtbank weegt de belangen van het kind, de reisafstand en de sportactiviteiten mee.
De kinderalimentatie wordt vastgesteld op €714 per maand met ingang van 1 december 2024, oplopend tot €760 per maand vanaf 1 januari 2025 door indexering. De draagkracht van beide ouders is berekend aan de hand van hun netto besteedbaar inkomen en de zorgkorting van 15% wordt toegepast. Het verzoek van de moeder wordt toegewezen, het meer of anders verzochte wordt afgewezen.