Uitspraak
Kinderalimentatie
Beschikking op het op 21 augustus 2024 ingekomen verzoek van:
[de vader] ,
[de moeder] ,
Procedure
- het verzoekschrift;
- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek;
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
Verzoek en verweer
- dat de vader maandelijks € 56,- bijdraagt in de kosten voor [de minderjarige 2] en € 106,- in de kosten van [de minderjarige 1] , althans een door de rechtbank te bepalen bedrag, met ingang van [geboortedatum 3] 2023 dan wel 29 december 2023, althans een door de rechtbank te bepalen ingangsdatum;
- dat partijen gezamenlijk worden belast met het gezag over [de minderjarige 2] ;
- dat [de minderjarige 2] om het weekend van vrijdag 17.00 uur tot zondag 19.00 uur en de helft van de vakanties en feestdagen bij de vader verblijft;
- dat de moeder de vader iedere drie maanden – en bij belangrijke gebeurtenissen ook tussentijds – informeert en consulteert over de gebeurtenissen in het leven van de kinderen, waaronder maar niet uitsluitend school en hun gezondheid;
- dat de vader de kinderen/ [de minderjarige 2] ophaalt bij school of de moeder en de moeder de kinderen/ [de minderjarige 2] aan het einde van de omgang ophaalt bij de vader;
- dat een omgangsregeling tussen [de minderjarige 2] en de vader wordt vastgesteld, inhoudende dat de vader om de week bij de voetbalwedstrijd van [de minderjarige 2] zal komen kijken, waarna [de minderjarige 2] tot na het avondeten bij hem blijft en [de minderjarige 2] om 20.00 uur bij de vader wordt opgehaald, en waarbij partijen in onderling overleg, ook met [de minderjarige 2] , afspraken zullen maken over de verdeling van de vakanties en feestdagen, althans een door de rechtbank te bepalen omgangsregeling;
- dat de vader met ingang van de datum van de nog te wijzen beschikking een bijdrage van € 351,- per maand per kind verschuldigd is voor de kosten van de opvoeding en verzorging van de kinderen, althans een bedrag en ingangsdatum die rechtbank juist acht;
Feiten
Beoordeling
(€ 636 + € 765). Dit is voldoende om in de gezamenlijke behoefte van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] van € 1.261,- per maand te voorzien. De rechtbank zal daarom een draagkrachtvergelijking maken waarbij de behoefte van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] naar rato van ieders draagkracht zal worden verdeeld. Hiervoor gebruikt de rechtbank de formule: ieders draagkracht gedeeld door de totale draagkracht vermenigvuldigd met de behoefte.