Op 17 december 2025 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een echtscheidingszaak tussen een man en een vrouw, die in 2001 zijn gehuwd. De man had verzocht om echtscheiding met een nevenvoorziening tot toedeling van het huurrecht van de echtelijke woning aan hem. De vrouw voerde verweer en vroeg voorwaardelijk om toedeling van het huurrecht aan haar, mocht de echtscheiding worden toegewezen. De rechtbank heeft vastgesteld dat de man, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet is verschenen. De rechtbank heeft de zaak op 3 december 2025 behandeld, waarbij de vrouw en haar advocaat aanwezig waren, evenals een tolk. De rechtbank heeft geoordeeld dat de man volhardt in zijn wens om te scheiden, wat voldoende is om duurzame ontwrichting van het huwelijk aan te nemen. De rechtbank heeft het verzoek van de man tot echtscheiding toegewezen. Wat betreft het huurrecht van de echtelijke woning heeft de rechtbank een belangenafweging gemaakt. De vrouw heeft de huur volledig betaald sinds het vertrek van de man en heeft geen netwerk in Nederland. De man verblijft momenteel in het buitenland en heeft een eigen woning daar. De rechtbank heeft geoordeeld dat het belang van de vrouw bij toedeling van het huurrecht zwaarder weegt dan dat van de man. De rechtbank heeft daarom het verzoek van de vrouw toegewezen en het verzoek van de man afgewezen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, met uitzondering van de beslissing met betrekking tot de echtscheiding.